Het college merkt het vermogen voor zover dat meer bedraagt dan de toepasselijke vermogensgrens als bedoeld in artikel 34, derde lid, van de wet aan als 100% draagkracht.
De vaststelling van het vermogen en toepasselijke vrijlatingen worden op dezelfde wijze vastgesteld als bij de algemene bijstand.
In afwijking van lid 1 wordt het vermogen uit een door belanghebbende en zijn gezin bewoonde eigen woning met bijbehorend erf voor de berekening van draagkracht buiten beschouwing gelaten.
Bij overschrijding van de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals opgenomen in artikel 34 van de wet, wordt het meerdere van het vermogen volledig aangemerkt als draagkracht en verrekend met de kosten.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.5
Draagkracht en vermogen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Breda 2026