Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.1:

Artikel 2.3

Algemene bepalingen over voorzieningen

Onderdeel van Verzamelverordening Werk en Inkomen gemeente Rozendaal 2026

1.. Ondersteuning is gericht op arbeidsinschakeling of, als dit nog niet mogelijk is, op maatschappelijke participatie. 2.. Ondersteuning kan worden geboden in de vorm van praktische hulp, advies of doorverwijzing naar andere instanties, of het aanbieden van één of meer voorzieningen, al dan niet in de vorm van een traject. 3.. Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de inwoner. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet of in een uitvoeringsplan. 4.. Het college kan een voorziening weigeren als: de inwoner ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep, zoals beschreven in artikel 2.1, lid 1 en lid 2; de inwoner een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie; de inwoner onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op en de passendheid van de voorziening; er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in dit hoofdstuk worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening of het budgetplafond, dat voor de betreffende voorziening is vastgesteld, is bereikt. 5.. Het college kan een voorziening beëindigen als: de inwoner die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de IOAW of de artikelen 13 en 37 van de IOAZ niet nakomt; de inwoner die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep, zoals beschreven in artikel 2.1, lid 1 en lid 2; de inwoner die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een inwoner als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2, van de wet; naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een (duurzame) arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de inwoner die gebruikmaakt van de voorziening; de inwoner die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruikmaakt van de aangeboden voorziening; of de inwoner die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening of de wet worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel