Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Paragraaf 4.3:

Artikel 4.12

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Verzamelverordening Werk en Inkomen gemeente Rozendaal 2026

1.. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag. 2.. De verlaging wordt vastgesteld op: € 60,00 bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00; € 240,00 bij een benadelingsbedrag van € 1.000,00 tot € 2.000,00; € 480,00 bij een benadelingsbedrag van € 2.000,00 tot € 4.000,00; de gehele bijstandsnorm bij een benadelingsbedrag boven de € 4.000,00. 3.. De duur van de verlaging wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 4.1, derde lid afgestemd op de periode dat de inwoner als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand. 4.. In afwijking van het gestelde van het eerste lid wordt bij een inwoner indien deze geen beroep meer kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening, omdat deze volledig wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenverplichting een verlaging opgelegd van 100% gedurende de eerste drie maanden gerekend vanaf de ingangsdatum van de uitkering op grond van de Participatiewet. Indien inwoner heeft aangetoond dat het saldo van alle bankrekeningen op de ingangsdatum van zijn uitkering minder bedraagt dan driemaal de voor hem geldende bijstandsnorm per maand wordt de verlaging als bedoeld in het eerste lid gesteld op 100% gedurende de eerste maand vanaf de ingangsdatum van de uitkering op grond van de Participatiewet en 40% gedurende de tweede maand en derde maand. 5.. In afwijking van het tweede lid wordt de bijzondere bijstand geheel verlaagd indien het beroep op bijzondere bijstand het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel