Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Paragraaf 4.1:

Artikel 4.7

Gedragingen Participatiewet

Onderdeel van Verzamelverordening Werk en Inkomen gemeente Rozendaal 2026

Gedragingen van een inwoner waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9, of 9a en 17, tweede lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie: Het zich niet tijdig laten registeren als werkzoekende bij het UWV of het niet tijdig laten verlengen van de registratie. Tweede categorie: Het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een Plan van Aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet door inwoners tot 27 jaar; het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een Uitvoeringsplan op grond van de verplichtingen in artikel 9 van de Participatiewet; het onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Participatiewet, voor zover het gaat om een inwoner jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet; het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen in verband met een taaltoets zoals bedoeld in artikel 18b van de Participatiewet; het door houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid onderdeel b, van de Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, zoals bedoeld in artikel 9a, eerste lid van de Participatiewet; het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen zoals bedoeld in artikel 9 eerste lid onderdeel c van de Participatiewet; het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Participatiewet. Derde categorie: Het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel