Bij aanvang van iedere raadsvergadering is er een vragenhalfuur over actuele onderwerpen, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend.
Na afloop van het vragenhalfuur, ongeacht het tijdstip, vangt de behandeling van de agenda aan.
In bijzondere gevallen kan de agendacommissie bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden of komt te vervallen. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt.
Raadsleden die tijdens het vragenhalfuur vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp uiterlijk op de dag voorafgaand van de raadsvergadering bij de griffie die de raadsvoorzitter inlicht.
De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.
De voorzitter per onderwerp bepalen de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige raadsleden.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller nog een maal het woord om aanvullende vragen te stellen.
Vervolgens kan de voorzitter aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester nog een maal vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 5
Artikel 50.