We hanteren de volgende bestuurlijke uitgangspunten vanuit onze visie:
1. Integraal werken
Wij fungeren als één loket en zorgen voor een integrale beoordeling van vergunningaanvragen en meldingen. Dit bereiken we door te werken volgens de volgende doelstellingen:
• Beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, waar nodig verbeteren.
• Verbeteren van de dienstverlening.
• Korte doorlooptijden van besluitvormingsprocessen.
• Goede en tijdige participatie van inwoners en bedrijven bij besluitvorming.
• Transparantie en inzicht in procedures en processen.
• Integrale en samenhangende besluiten.
Integraal werken is van groot belang, zoals blijkt uit de doelstellingen van de Omgevingswet. Dit komt terug in diverse wettelijke voorschriften, zoals coördinatie- en doorzendplichten en de verplichte integrale belangenafweging.
Integraal werken en de één-loketgedachte vereisen goed casemanagement. We passen dit toe bij uitvoering, en handhaving, bijvoorbeeld via het instrument ‘Omgevingstafel’. We stimuleren initiatiefnemers om het principe van participatie te hanteren. Hiervoor maken we gebruik van participatiebeleid en participatieverordeningen, die de wettelijke eisen voor participatie concretiseren. Met deze werkwijze voorkomen we dat we op één regelgeving goed handelen, maar door strijdigheid of samenloop met andere regelgeving geen samenhangend besluit nemen. In Zeeland is casemanagement en integraal werken uitgewerkt in het Protocol Casemanagement 2025.
2. Risicogericht werken
We richten ons op de grootste risico’s, omdat we niet alles kunnen toetsen en controleren. Ook zorgen we ervoor dat bedrijven en inwoners de regels naleven. We willen de veiligheid verhogen, de kwaliteit van de leefomgeving behouden en onnodige administratieve lasten voorkomen. Bij het verlenen van nieuwe vergunningen bepalen we risico’s en prioriteiten aan de hand van de uitvoeringstrategie en het actualiseringsbeleid voor bestaande vergunningen.
Bij het uitoefenen van toezicht concentreren we ons op de belangrijkste risico’s en onze prioriteiten. We wegen het (naleef)gedrag van bedrijven en inwoners en de gevolgen van niet-naleven zorgvuldig af.
Met tijdige en goede voorlichting en communicatie proberen we overtredingen en risico’s te voorkomen. Naleving wordt voor een groot deel bereikt doordat doelgroepen op de hoogte zijn van de regels. Door de komst van de Omgevingswet zijn we geconfronteerd met veel nieuwe wetgeving (zoals het begrip milieubelastende activiteit (MBA), de melding voor het private bouwtoezicht, nieuwe basis voor Natura2000 vergunningen, het omgevingsplan, de omgevingsverordening en de waterschapsverordening). De preventiestrategie is hierbij cruciaal. We informeren de samenleving over de nieuwe regels om overtredingen door onbekendheid te voorkomen.
We stellen periodiek prioriteiten via een gezamenlijke probleemanalyse om onze beperkte menskracht en middelen evenwichtig te verdelen. We streven ernaar om onze probleemanalyse elke vier jaar te vernieuwen. Bij het bepalen van risico’s en inzet kijken we naar de maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren als een regel niet wordt nageleefd.
De probleemanalyse voor deze periode is gebaseerd op analyses van individuele partners, aangevuld met resultaten van expertmeetings in januari 2025. De samenvatting van deze resultaten is in de onderstaande tabel weergegeven. Hierin nemen wij gezamenlijke problemen, risico’s en bijbehorende activiteiten op. Deze gelden voor zowel Uitvoering (U) als Handhaving (H) vanwege de dwarsverbanden tussen deze taakvelden. In deel C is de volledige probleem- en risicoanalyse opgenomen.
Tabel 11: samenvatting gezamenlijke problemen, risico’s en bijbehorende activiteiten.
Nr.
Probleem
Risico
Activiteiten
U1 / H1
De Omgevingswet en het U&H-beleid gaan uit van een integrale benadering, maar instanties in Zeeland werken vaak nog sectoraal. Kennis van elkaars werk en raakvlakken is beperkt. Hierdoor wordt integraal handhaven en gezamenlijk toepassen van de LHSO bemoeilijkt.
Thema’s: veiligheid, water, bodem, biodiversiteit, schoon, natuur, stikstof, gezondheid.
In besluitvorming worden onderdelen van de fysieke leefomgeving onvoldoende in samenhang beoordeeld. Kans op strijdige besluiten of onvoldoende maatwerk op locatie. Problemen kunnen verschuiven naar andere domeinen door sectorale aanpak. Gezamenlijke handhaving is lastiger en er bestaat risico op ondermijning.
Reikwijdte Omgevingswet voor zover binnen bevoegdheden van gemeenten, provincie, waterschap en Rijkswaterstaat.
U2 / H2
Vergunningen voor o.a. milieu, natuur en lozingen zijn deels niet actueel en voorschriften zijn niet gebaseerd op de Best Beschikbare Technieken (BBT). Maatwerk wordt in oude vergunningen niet toegepast en bij nieuwe activiteiten nog te weinig benut.
Thema’s: stikstof, natuur, duurzaamheid, veiligheid, gezondheid, lucht.
Doelen voor gezondheid, (brand)veiligheid, natuur, biodiversiteit en water worden mogelijk niet gehaald. Toezicht is gebaseerd op verouderde voorschriften waardoor handhaving minder effectief is. Bij actualisatie bestaat risico dat instanties dit afzonderlijk doen zonder samenhang.
Omgevingsvergunningen milieu (o.a. brandveiligheid en emissies), lozingsactiviteiten (waterbeheerder) en natuurvergunningen (stikstof).
U3 / H3
Waterkwaliteit voldoet niet aan KRW-doelen voor 2027. Er is geen gezamenlijk overzicht van stoffen die vergund mogen worden geloosd op waterlichamen (direct of via rwzi/awzi). Stoffen zonder adequate zuivering (zoals PFAS en ZZS) kunnen toch worden geloosd.
Thema’s: water, natuur, biodiversiteit, gezondheid, stikstof.
Woningbouw en ruimtelijke ontwikkelingen kunnen stagneren. Instanties werken afzonderlijk aan waterkwaliteit en missen een gezamenlijk beeld. Gebiedsgerichte aanpak ontbreekt bij probleemlocaties. Ook kunnen verkeerde verwijderingsroutes voor afvalwater ontstaan.
Activiteiten waarbij afvalwater vrijkomt en wordt geloosd via riolering/rwzi of rechtstreeks op oppervlaktewater. Betreft o.a. agrarische activiteiten, infrastructuur, chemische en metaalindustrie, op- en overslag en bouw/sloop.
U4 / H4
Wettelijke bepalingen voor biodiversiteit en stikstof worden nog niet integraal toegepast bij uitvoering en handhaving. Er is geen gedeeld overzicht van beschermde soorten en locaties. Provincie is afhankelijk van signalen van andere instanties.
Thema’s: biodiversiteit/natuur en stikstof.
Schade aan natuur en biodiversiteit. Onvoldoende gerichte beoordeling bij uitvoering en te weinig toezicht of signalering. Projecten of werkzaamheden kunnen stilgelegd worden.
Bouw, sloop/asbest, infrastructuur, agrarische activiteiten, industrie, natuurbeheer en evenementen.
U5 / H5
Door de Omgevingswet zijn er minder vergunningen en meer meldingen/informatieplichten. Meldingen worden onvoldoende gedaan of voldoen niet aan de eisen. Er is te weinig gebiedstoezicht op activiteiten.
Thema’s: veiligheid, water, bodem, biodiversiteit, stikstof, natuur, gezondheid.
Risico op illegaliteit en onvoldoende zicht op activiteiten. Gerichte toezicht is lastig. Activiteiten worden niet goed beoordeeld op locatiegebonden maatwerk. Toezicht richt zich vooral op partijen die wel melden. Risico op ondermijning en onvoldoende ketenbenadering.
Reikwijdte Omgevingswet binnen bevoegdheden van gemeenten, provincie, waterschap en Rijkswaterstaat.
U6 / H6
Calamiteiten blijven voorkomen ondanks preventieve regels. Preventief toezicht op brandgevaar bij afvalbedrijven en veehouderijen is niet integraal ingericht. Locaties van beschermde soorten bij natuurbranden zijn onvoldoende bekend. Gezamenlijk oefenen gebeurt te weinig.
Thema’s: natuur/biodiversiteit, water, bodem, gezondheid, veiligheid, stikstof.
Schade aan natuur, biodiversiteit en economie en risico’s voor veiligheid en gezondheid. Er is nog geen duidelijke aanpak voor duurzaamheid bij calamiteiten, bijvoorbeeld rondom bluswater.
Calamiteiten in brede zin.
3. Voorkomen van ondermijning
Wij willen niet dat inwoners of bedrijven een vergunning of toestemming gebruiken om activiteiten uit te voeren met geld dat is verdiend via misdrijven. Ook willen we niet dat zij een vergunning mede gebruiken voor het plegen van misdrijven. Daarom toetsen we volgens het Bibob beleid de integriteit van aanvragers. Als hieruit onaanvaardbare risico’s blijken, maken we gebruik van onze bevoegdheden onder de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Dit stelt ons in staat om gerichte aanvullende voorschriften aan de vergunning te koppelen. Ook kunnen we besluiten om een vergunning te weigeren of in te trekken, maar dit doen we pas na zorgvuldige en, waar nodig, gezamenlijke afweging.
We zetten de instrumenten van preventie, toezicht en sanctie actief in om ondermijnende activiteiten te voorkomen of te stoppen. Activiteiten die ondermijning met zich meebrengen, gedogen we niet.
We bestrijden ondermijning door samen te werken bij de uitvoering van de U&H-taken, in samenwerking met het Openbaar Ministerie, andere overheden en ketenpartners. We wisselen proactief informatie uit, niet alleen op verzoek. We passen het Zeeuwse Bibob beleid eenduidig toe.
4. Betrouwbaar: doen wat we moeten doen
Wij zijn betrouwbaar voor onze inwoners, partners en het bedrijfsleven. Dit bereiken we door ons werk te standaardiseren en standaard vergunningsvoorschriften en dezelfde strategie toe te passen voor vergelijkbare situatie. Hierdoor waarborgen we rechtsgelijkheid. Maatwerk passen we toe waar de specifieke locatie dat vereist of mogelijk maakt
5. Transparant
Wij voeren de U&H-taken transparant uit. Dit is niet alleen een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, maar ook verankert in diverse wetten. Denk hierbij aan het publiceren van aanvragen, vergunningen (en andere beschikkingen) en meldingen. Evenals aan het openbaar maken van de namen van risicovollere bedrijven die herhaaldelijk de regels overtreden. We zorgen ervoor dat onze procedures reproduceerbaar zijn. Dit houdt in dat het procesverloop en de genomen beslissingen in het dossier worden vastgelegd.
6. Professioneel: kwaliteit, kennis en kunde
Voor de uitvoering van onze taken hanteren we de (landelijk) gestelde proces- en kwaliteitscriteria 3.0 (2025). Het vaststellen en toepassen van de U&H-verordening voor de Omgevingswet dient als ons instrument hiervoor.
7. Verantwoordelijkheid waar deze hoort
Wij nemen onze verantwoordelijkheid en werken binnen de kaders van de geldende wet- en regelgeving. We hanteren de beginselplicht tot handhaving, wat ook geldt voor onze eigen werkzaamheden en die van andere overheden.
Wij benaderen bedrijven, instellingen, particulieren en overheden vanuit het principe dat iedere partij zijn eigen verantwoordelijkheid heeft. Daarom verwachten we dat zij hun verantwoordelijkheid voor de naleving van regels oppakken door, onder andere:
goede en volledige informatie aan te leveren bij vergunningaanvragen en meldingen;
actieve en betrouwbare informatie te verstrekken over risicovolle activiteiten;
Het bevoegd gezag tijdig te informeren bij ongewone voorvallen;
De uitwerking van deze uitgangspunten in de verschillende onderdelen van de U&H-strategie staat beschreven in deel B.
Hoofdstuk
Artikel 1.6
Bestuurlijke Uitgangspunten U&H
Onderdeel van Uitvoerings- en Handhavingsbeleid Zeeland 2025-2028