Naar hoofdinhoud

Deel A: › Paragraaf 1.

Artikel 1.6

Bestuurlijke Uitgangspunten U&H

Onderdeel van Uitvoerings- en Handhavingsbeleid Zeeland 2025-2028

We hanteren de volgende bestuurlijke uitgangspunten vanuit onze visie: 1. Integraal werken Wij fungeren als één loket en zorgen voor een integrale beoordeling van vergunningaanvragen en meldingen. Dit bereiken we door te werken volgens de volgende doelstellingen: Beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, waar nodig verbeteren. Verbeteren van de dienstverlening. Korte doorlooptijden van besluitvormingsprocessen. Goede en tijdige participatie van inwoners en bedrijven bij besluitvorming. Transparantie en inzicht in procedures en processen. Integrale en samenhangende besluiten. Integraal werken is van groot belang, zoals blijkt uit de doelstellingen van de Omgevingswet. Dit komt terug in diverse wettelijke voorschriften, zoals coördinatie- en doorzendplichten en de verplichte integrale belangenafweging. Integraal werken en de één-loketgedachte vereisen goed casemanagement. We passen dit toe bij uitvoering, en handhaving, bijvoorbeeld via het instrument ‘Omgevingstafel’. We stimuleren initiatiefnemers om het principe van participatie te hanteren. Hiervoor maken we gebruik van participatiebeleid en participatieverordeningen, die de wettelijke eisen voor participatie concretiseren. Met deze werkwijze voorkomen we dat we op één regelgeving goed handelen, maar door strijdigheid of samenloop met andere regelgeving geen samenhangend besluit nemen. In Zeeland is casemanagement en integraal werken uitgewerkt in het Protocol Casemanagement 2025. 2. Risicogericht werken We richten ons op de grootste risico’s, omdat we niet alles kunnen toetsen en controleren. Ook zorgen we ervoor dat bedrijven en inwoners de regels naleven. We willen de veiligheid verhogen, de kwaliteit van de leefomgeving behouden en onnodige administratieve lasten voorkomen. Bij het verlenen van nieuwe vergunningen bepalen we risico’s en prioriteiten aan de hand van de uitvoeringstrategie en het actualiseringsbeleid voor bestaande vergunningen. Bij het uitoefenen van toezicht concentreren we ons op de belangrijkste risico’s en onze prioriteiten. We wegen het (naleef)gedrag van bedrijven en inwoners en de gevolgen van niet-naleven zorgvuldig af. Met tijdige en goede voorlichting en communicatie proberen we overtredingen en risico’s te voorkomen. Naleving wordt voor een groot deel bereikt doordat doelgroepen op de hoogte zijn van de regels. Door de komst van de Omgevingswet zijn we geconfronteerd met veel nieuwe wetgeving (zoals het begrip milieubelastende activiteit (MBA), de melding voor het private bouwtoezicht, nieuwe basis voor Natura2000 vergunningen, het omgevingsplan, de omgevingsverordening en de waterschapsverordening). De preventiestrategie is hierbij cruciaal. We informeren de samenleving over de nieuwe regels om overtredingen door onbekendheid te voorkomen. We stellen periodiek prioriteiten via een gezamenlijke probleemanalyse om onze beperkte menskracht en middelen evenwichtig te verdelen. We streven ernaar om onze probleemanalyse elke vier jaar te vernieuwen. Bij het bepalen van risico’s en inzet kijken we naar de maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren als een regel niet wordt nageleefd. De probleemanalyse voor deze periode is gebaseerd op analyses van individuele partners, aangevuld met resultaten van expertmeetings in januari 2025. De samenvatting van deze resultaten is in de onderstaande tabel weergegeven. Hierin nemen wij gezamenlijke problemen, risico’s en bijbehorende activiteiten op. Deze gelden voor zowel Uitvoering (U) als Handhaving (H) vanwege de dwarsverbanden tussen deze taakvelden. In deel C is de volledige probleem- en risicoanalyse opgenomen. Tabel 11: samenvatting gezamenlijke problemen, risico’s en bijbehorende activiteiten. No Probleem Risico Activiteiten U1 en H1 De Omgevingswet en het U&H-beleid gaan uit van integraal benaderen van zaken. De instanties in Zeeland werken bij zowel Uitvoering als ook Handhaving vaak nog sectoraal. Dit raakt alle bestuurlijke thema’s. Kennis van de raakvlakken van elkaars werk is niet voldoende. Integraal handhaven en gezamenlijk toepassen van de LHSO wordt hierdoor beperkt. Thema’s: veiligheid, water, bodem, biodiversiteit, schoon, natuur, stikstof, gezondheid In besluitvorming worden onderdelen van de fysieke leefomgeving in samenhang onvoldoende beoordeeld. De kans op strijdige besluiten of onvoldoende maatwerk naar een locatie is aanwezig. Gezamenlijke handhaving bij problemen en probleemsituaties is vereist, verschuiving van problemen naar een ander vlak is mogelijk bij sectorale aanpak. Tevens is er gevaar voor ondermijning. Reikwijdte Omgevingswet voor zover binnen de bevoegdheid van gemeenten, provincie, waterschap of Rijkswaterstaat. U2 en H2 Vergunningen van met name de taakvelden milieu, natuur en lozingen zijn deels niet actueel en voorschriften niet BBT. Maatwerk voor een locatie (strenger of soepeler als belangrijk instrument in de Omgevingswet is in oude vergunningen niet toegepast of er bestaan nu nieuwe BBT-documenten). Maatwerk wordt nog (te) weinig toegepast bij nieuwe activiteiten. Thema’s: stikstof, natuur, duurzaamheid, veiligheid, gezondheid, lucht. Doelen voor gezondheid, (brand)veiligheid, natuur en biodiversiteit en water worden niet gehaald. Toezicht is gebaseerd op slechte/verouderde voorschriften waardoor handhaving (om problemen aan te pakken) onvoldoende mogelijk is. Als instanties besluiten tot actualisatie wordt dat mogelijk ieder voor zich gedaan. Samenhang en coördinatie is vereist. Omgevingsvergunningen milieu (met name onderdelen (brand)veiligheid, lucht/emissies), omgevingsvergunningen lozingenactiviteit (waterbeheerder) en omgevingsvergunningen natuur (onderdeel stikstof). U3 en H3 De waterkwaliteit voldoet niet aan de KRW-doelen (ecologische en chemische doelen en lijst van stoffen) voor 2027. Water wordt wel het ‘nieuwe stikstof’ genoemd. Naast het probleem dat gesignaleerd is bij U2/H2 is er geen gezamenlijk overzicht van de stoffen die vergund geloosd mogen worden op een waterlichaam (direct of via rwzi’s en awzi’s). Stoffen waar de rwzi geen zuivering voor heeft, worden toch geloosd (PFAS, ZZS e.a.) Thema’s: water, natuur, biodiversiteit, gezondheid en samenloop met thema stikstof. Woningbouw, ruimtelijke plannen en andere activiteiten lopen stagnatie op of worden niet gerealiseerd. Instanties werken individueel aan waterkwaliteit en missen een gezamenlijk beeld van de waterkwaliteit. Waar via U&H-probleemaanpak vereist is (de locaties waar een probleem is m.b.t. de stoffen waar de doelen voor stelt) is geen sprake van gebiedsgerichte aanpak door de gezamenlijke instanties. Verkeerde verwijderingsroutes (aansluitingen) voor het afvalwater Activiteiten waarbij afvalwater vrijkomt en geloosd wordt via een riolering / rwzi of rechtstreeks op het oppervlaktewater. Het betreft ruim dertig stoffen met minimalisatieplicht. Het gaat met name om agrarische activiteiten, infrastructuur, chemische en metaalindustrie, op- en overslag, bouwwerken (bouw/sloop). U4 en H4 Voorbiodiversiteit (soorten) en stikstof zijn wettelijke bepalingen voorgeschreven voor toepassing bij veel activiteiten Deze bepalingen worden nog niet integraal toegepast bij uitvoering en handhaving. Er is geen gedeeld overzicht van waar te beschermen soorten zich bevinden, waar de verschillende organisaties gebruik van kunnen maken. De provincie als bevoegd gezag is mede afhankelijk van de signalering van anderen. Thema’s: biodiversiteit/natuur en samenloop met thema stikstof. Schade aan de natuur en biodiversiteit. Te weinig gerichte beoordeling op deze thema’s bij Uitvoering en te weinig (signaal)toezicht op deze thema’s. Stilleggen (infrastructurele) werken. Bouw, sloop/asbest, infrastructuur, agrarisch, industrie en (beheer)werkzaamheden natuurgebieden, evenementen. U5 en H5 De Ow zorgt voor minder vergunningen. Meldingen en informatieplichten zijn nu veelvoorkomende instrumenten. Deze komen te weinig binnen, activiteiten zijn dan illegaal. Wat wel binnenkomt voldoet vaak niet aan eisen. Te weinig gebiedstoezicht/surveillance op feitelijke activiteiten in bouwwerken of een gebied. Thema’s: veiligheid, water, bodem, biodiversiteit, stikstof, natuur, gezondheid Gevaar voor illegaliteit. Onvoldoende zicht op welke activiteit waar uitgevoerd wordt. Hierdoor is gericht toezicht lastig. Onvoldoende beoordeling of maatwerk nodig is vanwege de specifieke locatie. Toezicht is vooral gericht op de ‘nalevende’ die wel melden. Gevaar voor ondermijning. Onvoldoende ketenmatige benadering (afvalstoffen, bodem, gevaarlijke stoffen). Reikwijdte Omgevingswet voor zover binnen de bevoegdheid van gemeenten, provincie, waterschap of Rijkswaterstaat. U6 en H6 Calamiteiten doen zich ondanks veel preventieve regels nog steeds voor. Preventief toezicht op brandgevaar bij afvalbedrijven en veehouderijen (waar vaak brand is) is niet integraal opgezet. Waar de te beschermen soorten zich bevinden en beschermd moeten worden bij natuurbranden, is nog onvoldoende bekend. Gezamenlijk oefenen met het oog op de thema’s binnen de fysieke leefomgeving gebeurt nog te weinig. Thema’s: natuur/biodiversiteit, water, bodem, gezondheid, veiligheid, stikstof. Schade aan natuur, biodiversiteit, onveiligheid, economische schade bij calamiteiten. Nog geen heldere aanpak voor duurzaamheid bij calamiteiten, bijvoorbeeld bluswaterbeleid. Calamiteiten in brede zin. 3. Voorkomen van ondermijning Wij willen niet dat inwoners of bedrijven een vergunning of toestemming gebruiken om activiteiten uit te voeren met geld dat is verdiend via misdrijven. Ook willen we niet dat zij een vergunning mede gebruiken voor het plegen van misdrijven. Daarom toetsen we volgens het Bibob beleid de integriteit van aanvragers. Als hieruit onaanvaardbare risico’s blijken, maken we gebruik van onze bevoegdheden onder de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Dit stelt ons in staat om gerichte aanvullende voorschriften aan de vergunning te koppelen. Ook kunnen we besluiten om een vergunning te weigeren of in te trekken, maar dit doen we pas na zorgvuldige en, waar nodig, gezamenlijke afweging. We zetten de instrumenten van preventie, toezicht en sanctie actief in om ondermijnende activiteiten te voorkomen of te stoppen. Activiteiten die ondermijning met zich meebrengen, gedogen we niet. We bestrijden ondermijning door samen te werken bij de uitvoering van de U&H-taken, in samenwerking met het Openbaar Ministerie, andere overheden en ketenpartners. We wisselen proactief informatie uit, niet alleen op verzoek. We passen het Zeeuwse Bibob beleid eenduidig toe. 4. Betrouwbaar: doen wat we moeten doen Wij zijn betrouwbaar voor onze inwoners, partners en het bedrijfsleven. Dit bereiken we door ons werk te standaardiseren en standaard vergunningsvoorschriften en dezelfde strategie toe te passen voor vergelijkbare situatie. Hierdoor waarborgen we rechtsgelijkheid. Maatwerk passen we toe waar de specifieke locatie dat vereist of mogelijk maakt 5. Transparant Wij voeren de U&H-taken transparant uit. Dit is niet alleen een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, maar ook verankert in diverse wetten. Denk hierbij aan het publiceren van aanvragen, vergunningen (en andere beschikkingen) en meldingen. Evenals aan het openbaar maken van de namen van risicovollere bedrijven die herhaaldelijk de regels overtreden. We zorgen ervoor dat onze procedures reproduceerbaar zijn. Dit houdt in dat het procesverloop en de genomen beslissingen in het dossier worden vastgelegd. 6. Professioneel: kwaliteit, kennis en kunde Voor de uitvoering van onze taken hanteren we de (landelijk) gestelde proces- en kwaliteitscriteria 3.0 (2025). Het vaststellen en toepassen van de U&H-verordening voor de Omgevingswet dient als ons instrument hiervoor. 7. Verantwoordelijkheid waar deze hoort Wij nemen onze verantwoordelijkheid en werken binnen de kaders van de geldende wet- en regelgeving. We hanteren de beginselplicht tot handhaving, wat ook geldt voor onze eigen werkzaamheden en die van andere overheden. Wij benaderen bedrijven, instellingen, particulieren en overheden vanuit het principe dat iedere partij zijn eigen verantwoordelijkheid heeft. Daarom verwachten we dat zij hun verantwoordelijkheid voor de naleving van regels oppakken door, onder andere: goede en volledige informatie aan te leveren bij vergunningaanvragen en meldingen; actieve en betrouwbare informatie te verstrekken over risicovolle activiteiten; Het bevoegd gezag tijdig te informeren bij ongewone voorvallen; De uitwerking van deze uitgangspunten in de verschillende onderdelen van de U&H-strategie staat beschreven in deel B.

Rechtspraak bij dit artikel