Naar hoofdinhoud

Artikel 4.1

Programmadoel

Onderdeel van Duurzaamheidsagenda 2025-2028

In dit programma beschrijven we de lokale aanpak voor de wereldwijde crisis van biodiversiteitsverlies. In de EU- en Rijksdoelstellingen is afgesproken dat in 2030 zeker 30 procent van al het land en water op aarde beschermd gebied moet zijn. Nu heeft slechts 16 procent van het land en de binnenwateren en iets meer dan 8 procent van de zeeën en oceanen een officiële beschermde status. Binnen Waadhoeke willen we op lokale schaal bijdragen aan het behalen van deze doelstellingen. Dat doen we door de ecologische waarden die we hebben zo veel mogelijk te behouden en deze te herstellen en versterken waar het kan. Wat betekent dit voor Waadhoeke? In de groenblauwestructuur worden in principe alleen ontwikkelingen toegestaan met een positief netto-effect op de biodiversiteit. Afwijken hiervan is mogelijk als er sprake is van groot maatschappelijk belang, na een raadsbesluit en met een goedgekeurd compensatieplan. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen, zowel binnen als buiten de groenblauwe structuren, wordt behoud en uitbreiding van de biodiversiteit vanaf de fase van de visieontwikkeling meegenomen. Waadhoeke gaat werken met kerngebieden en gidssoorten. Gidssoorten/medebewoners zijn soorten die uniek zijn voor Waadhoeke of elders in het land bijna niet (meer) voorkomen. Ze zijn gekoppeld aan unieke landschapselementen. Het gaat om veel meer soorten, maar een aantal typerende soorten zijn de: Afbeelding 4.1 Gidssoorten en medebewoners Waadhoeke. Met onze gemeentelijke doelstelling voor natuer dragen we als SDG-gemeente binnen deze programmalijn ook bij aan twee van de zeventien globale doelstellingen. Het belang van de natuer De begrippen biodiversiteit, natuur en groen worden vaak door elkaar gebruikt. In deze agenda is gekozen voor het begrip ‘natuer’. Vanwege het feit dat dit begrip alomvattend is. Met het begrip natuur hebben we het over alles op aarde wat niet door de mens is gemaakt: hieronder vallen de planten, dieren, bergen, water, schimmels, eencelligen enzovoorts. Daar vallen ook habitats, de interacties tussen soorten en ecosystemen onder. Voor een gezonde leefomgeving en voedsel-zekerheid is het van belang om de natuur in stand te houden. Naast voedselvoorziening draagt dit bij aan de gezondheid van mensen, de veiligheid en de economie. Bovendien is een natuurlijke en biodiverse woon- en werkomgeving aantrekkelijk en plezierig om in te verblijven en te recreëren. Binnen de eigen gemeentelijke organisatie wordt het groen daarom steeds meer ecologisch beheerd en gaan we bewuster om met primaire grondstoffen. Daarmee wordt er niet alleen behouden wat er al is, maar zetten we ook in op meer diversiteit en het behoud van kostbare bodems en ecosystemen op de hele wereld. Biodiversiteitsverlies staat niet op zichzelf en is alleen positief te beïnvloeden als we werken volgens de SDG’s (zie bijlage 2) en bewuste keuzes maken voor alles wat we doen. Dan dragen wij bij aan het beperken van nog meer schade aan de aarde. Het is daarnaast belangrijk om de focus ook buiten beschermde natuur en natuurgebieden te verplaatsen. ‘OARS MEI NATUER OMGEAN’ – SDG’s Neem dringend actie om klimaatverandering en haar impact te bestrijden. Bescherm, herstel en bevorder het duurzaam gebruik van ecosystemen, beheer bossen duurzaam, bestrijd woestijnvorming en landdegradatie en draai het terug en roep het verlies aan biodiversiteit een halt toe. Drie elementen bepalen hoe natuurlijk de omgeving is: De kwantiteit: een grotere oppervlakte aan kerngebieden betekent meer soorten. De ecologische verbindingen: de inrichting moet aansluiten bij het doel waarvoor deze in het leven is geroepen. Bijvoorbeeld: een verbinding voor een salamander bestaat uit faunapassages onder (drukke) wegen met onderweg voldoende vijvers en groen. Voor een vleermuis bestaat een verbinding uit bomenrijen tussen hun verblijf en plekken waar ze voedsel kunnen vinden. De kwaliteit: de resultante van een gevarieerde, bij de locatie passende inrichting, natuurlijk beheer en gebruik én gezonde milieuomstandigheden (geen bestrijdings-middelen, geen verdroging, geen invasieve exoten, gezonde bodem, etc.). De grootste spanning bestaat tussen natuer enerzijds en anderzijds de diverse (ruimtelijke) opgaven zoals wonen, mobiliteit, energietransitie en voedselproductie. Tegelijkertijd bieden ruimtelijke projecten ook kansen om gezamenlijk naar integrale oplossingen te zoeken voor complexe problemen. Dit speelt zich bijvoorbeeld ook ónder de grond af: zo heeft een volwassen boom 30 tot 70 m3 grond (ongeveer net zoveel als de boomkroon) nodig, maar die ruimte is er vaak niet in de brei van kabels en leidingen. Natuer in Waadhoeke Waadhoeke herbergt geen Europees en wettelijke beschermde Natura2000 gebieden op het land. Daarnaast is het areaal natuur dat in beheer is bij terrein beherende organisaties (tbo’s) beperkt. Dit zijn organisaties zoals het Fryske Gea, Natuurmonumenten, landschapsbeheer etc. Een voorbeeld is de Slachtedyk die een groot deel van Waadhoeke doorkruist en wordt beheerd door het Fryske Gea. Een deel van het buitendijks gebied en de Waddenzee (Natura2000) is eigendom van gemeente Waadhoeke. 1 Paarse morgenster, bron: Emma Dijkgraaf Verder bevinden zich weidevogel kansgebieden met name in het zuidelijke deel van Waadhoeke (bijvoorbeeld Greidhoeke) en buiten-NNN (Natuur Netwerk Nederland) -gebieden. Kansen voor het verbeteren en behouden van biodiversiteit en het creëren van verbindingen tussen gebieden liggen dan ook verspreid over de gemeente, op agrarische grond en gemeentegrond. Binnen de gemeente zijn deze kansen inmiddels op verschillende manieren benadrukt, zoals in de Bodemvisie 2021, Beheerplan openbaar groen ‘Van natuur en mens 2023-2026’, Landschapsbiografie en de Inventarisatie waardevolle landschaps-elementen. Ook bevinden zich in Waadhoeke kansen voor het behoud en versterken van individuele soorten. Afbeelding 4.3 Kaart ecologische waarden en elementen gemeente Waadhoeke. Kaders en ontwikkelingen natuer Er zijn landelijke ontwikkelingen waarbij beleid opgesteld wordt voor natuurinclusief bouwen, soortenbescherming binnen de energietransitie (onder andere de Landelijke aanpak natuurinclusief isoleren) en de landbouwtransitie op alle overheidsniveau’s. Waarbij in sommige gevallen al concrete handvatten en middelen geboden worden. De visie Natuerlik Fryslân 2050, Groenblauwe dooradering en Basiskwaliteit Natuur (BKN), bieden voor dit hoofdstuk de basis. Deze documenten geven een duidelijke richting aan de manier waarop moet worden voldaan aan een minimale eis van de gestelde klimaatdoelen en wet- en regelgeving. Natuerlik Fryslân 2050 - laat zien hoe gebruik gemaakt kan worden van natuurlijke processen in het landschap om de grote opgaven van deze tijd in samenhang uit te werken. Basiskwaliteit Natuur richt zich op het behoud van algemene soorten in het landelijk en stedelijk gebied, waar natuur niet de primaire functie is. Als in deze gebieden de kwaliteit van de leefomgeving op orde is, profiteert alle natuur daarvan mee. Realisatie van BKN is daarnaast een voorwaarde om de doelen voor natuurbehoud en -herstel in natuurgebieden te halen. Groenblauwe dooradering - Vanuit het Deltaplan is in 2022 het Aanvalsplan Landschap gepresenteerd. Het doel van het Aanvalsplan is het realiseren van 10% groenblauwe dooradering. Het Aanvalsplan draagt ook nadrukkelijk bij aan het toekomstperspectief voor de landbouw en het landelijk gebied als geheel. Daarnaast levert het een significante bijdrage aan het halen van Europese verplichtingen rondom biodiversiteit (Vogel- en Habitatrichtlijn), de klimaatopgave (COP Parijs) en schoon water (Kaderrichtlijn Water). De volgende stap voor het Aanvalsplan is het concreet maken. De projecten en uitvoering van de Duurzaamheidsagenda, onderdeel natuer, biedt kansen voor de verdieping en concretisering van voorgenoemde documenten, om toe te werken naar een blauwdruk voor onze gemeente. Afbeelding 4.4 Wet, regelgeving en beleid op verschillende niveaus relevant voor het thema Natuer in Waadhoeke. Programmalijnen natuer Om genoemde doelstellingen te bereiken, werken we met de volgende programmalijnen: Educatie & communicatie, om het draagvlak intern en extern ten aanzien van biodiversiteit en natuur te vergroten. Datagedreven werken, door het samenvoegen van bestaande (geo)data en het door ont-wikkelen ervan, om duidelijkheid te creëren welke landschappelijke structuren, hotspots en verbindingen behouden, versterkt en herstelt moeten worden. Daarnaast wordt ook ingezet op de bescherming van soorten, flora en fauna. Ook is monitoring en evaluatie hierin belangrijk om effecten en ontwikkeling te meten. Natuurinclusiviteit is onder andere gericht op de landbouw en ruimtelijke ontwikkelingen, zoals bouw. Bebouwde kom Buitengebied Gronden in gemeentelijk eigendom Directe invloed via inrichting, beheer, pacht, tenders voor bouwplannen Directe invloed via inrichting beheer, pacht. Gronden in particulier eigendom Directe invloed via het omgevingsplan; indirecte invloed via faciliteiten en stimuleren van initiatieven. Directe invloed via het Omgevingsplan; indirecte invloed via de gebiedsprocessen.

Rechtspraak bij dit artikel