Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening ligplaatsen

Deze verordening verstaat onder: pleziervaartuig: elk vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een passagiersschip; passagiersschip: elk schip, dat door de eigenaar bestemd is om meer dan twaalf passagiers te vervoeren, dan wel een schip, dat meer dan twaalf passagiers vervoert en/of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer en/of verblijf van personen; ligplaats: een gedeelte van het openbaar water dat door een pleziervaartuig met bijbehorende voorzieningen mag worden ingenomen; bijbehorende voorzieningen: voorzieningen behorende bij de ligplaats, waaronder wordt bedoeld de steiger en loopplank; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn. Vaarseizoen: de periode van 1 mei tot 1 november.

Rechtspraak bij dit artikel