Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8. › Paragraaf

Artikel 8.3.10.

Bestuurlijke boete

Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang gemeente Harderwijk

Een bestuurlijke boete (hierna boete) bestraft een overtreding die in het verleden begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. Een boete kan gelijktijdig opgelegd worden met een aanwijzing, een last onder dwangsom of een exploitatieverbod. Een boete is onvoorwaardelijk en moet altijd worden betaald. Het is, in tegenstelling tot de andere hierboven behandelde stappen, een bestraffende sanctie. De boete verschilt daarin van de dwangsom. Bij de dwangsom kan het betalen van het bedrag namelijk worden voorkomen door de overtreding tijdig te herstellen en hersteld te houden. Bij een boete is dat niet het geval. Een boete kan door de gemeente Harderwijk worden opgelegd bij: Het overtreden van de kwaliteitseisen uit de Wet kinderopvang en aanverwante regelgeving; Het niet opvolgen van een bevel of aanwijzing; Niet meewerken aan een verzoek van een toezichthouder of het bewust verkeerd informeren van een toezichthouder; Het starten van de exploitatie, voor de datum van ingang van de toestemming tot exploitatie. Hoogte van een boete en grootte van de organisatie De Wet kinderopvang geeft de gemeente de bevoegdheid om voor een overtreding/ het niet naleven van een kwaliteitseis uit de Wko een boete op te leggen van maximaal €45.000. Voor de hoogte van boetes zijn in het afwegingsoverzicht (zie bijlage) normbedragen opgesteld. Proportionaliteit en een goede dosering zijn een belangrijk uitgangspunt bij handhaving. Gemeente Harderwijk hanteert daarom vier categorieën waar de boetebedragen op worden afgestemd: Grote organisaties: een totale capaciteit van meer dan 150 kindplaatsen (KDV/ BSO)/ bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang (GOB) geldt het volledige normbedrag zoals opgenomen in het afwegingsmodel handhaving. Middelgrote organisaties: een totale capaciteit van 51 tot en met 150 kindplaatsen (KDV/ BSO)/ bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang (GOB) is twee derde van het normbedrag de richtlijn. Kleine organisaties: een totale capaciteit van minder dan 51 kindplaatsen (KDV/ BSO)/ bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang (GOB) is dat één derde deel. Voorzieningen voor gastouderopvang: is dat één vijfde deel van het normbedrag. Dit geldt niét voor die voorwaarden in het afwegingsmodel waar specifiek gastouder staat vermeld. Daar is de hoogte van de som al afgestemd op deze voorziening. Bij de bepaling van de grootte van de organisatie is de registratie in het LRK op het moment van begaan van de overtreding het uitgangspunt. Hierbij wordt over gemeentegrenzen heen gekeken. Na bepaling van de categorie en het bijbehorende normbedrag kan er een verlaging of verhoging van het bedrag van toepassing zijn, afhankelijk van de ernst van het feit, de verwijtbaarheid, de omstandigheden van het geval, de eventuele verzachtende of verzwarende omstandigheden.

Rechtspraak bij dit artikel