Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 13

Vervoer

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Apeldoorn 2026

1.. Uitgangspunt is dat ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer. 2.. Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt aan de jeugdige ten behoeve van het vervoer van de jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt, voor zover het naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid van de betreffende jeugdige. 3.. Als naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waarvoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend op een indicatie waarvoor wel vervoer geïndiceerd moet worden. 4.. Het college kent op aanvraag een vervoersvoorziening in natura toe als: de jeugdige is aangewezen op een door het college toegekende individuele voorziening voor jeugdhulp en: sprake is van een medische noodzaak of een beperking in de zelfredzaamheid van de jeugdige die het zelfstandig reizen met het openbaar vervoer onmogelijk maakt en de jeugdige geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden, zoals: op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn sociaal netwerk; door, al dan niet (gedeeltelijk), gebruik te maken van een overige voorziening; door, al dan niet (gedeeltelijk), gebruik te maken van een andere voorziening. er geen andere mogelijkheid is die de jeugdige in staat stelt de jeugdhulp te ontvangen die in de toekenningsbeschikking is vastgelegd. 5.. Er is in ieder geval geen sprake van medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid in de volgende situaties: ouders kunnen hun kind niet naar de jeugdhulplocatie vervoeren vanwege werkverplichtingen; ouders hebben gekozen voor een jeugdhulpaanbieder buiten de regio, terwijl een vergelijkbaar aanbod binnen de regio beschikbaar is. Dit is ook het geval wanneer er vergelijkbaar aanbod dichter bij huis binnen de regio beschikbaar is; de jeugdige is in staat om zelfstandig met eigen of met het openbaar vervoer te reizen of onder begeleiding; ouders hebben onvoldoende financiële middelen voor de reiskosten, hiervoor zijn de regelingen binnen de Participatiewet voorliggend; ouders die op basis van een andere wet of verzekering in aanmerking komen voor een vergoeding van de vervoerskosten.

Rechtspraak bij dit artikel