Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 15.

Weigeringsgronden individuele voorzieningen

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Apeldoorn 2026

1.. Het college weigert een individuele voorziening als: niet voldaan wordt aan de voorwaarden bedoeld als in artikel 11 van deze verordening; uit de uitkomst van het onderzoek naar de hulpvraag blijkt dat inzet van een individuele voorziening naar het oordeel van het college niet noodzakelijk wordt geacht; de noodzaak tot ondersteuning voorzienbaar was en maatregelen konden worden getroffen om de hulpvraag overbodig te maken; voor de problematiek, die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; een aanvraag voor een individuele voorziening is gedaan op een zodanig moment dat een objectieve beoordeling van de noodzaak voor of de wijze van ondersteuning naar het oordeel van het college niet kan plaatsvinden; de individuele voorziening aantoonbaar niet effectief is voor de hulpvraag van de cliënt en/of het gezinssysteem; de individuele voorziening niet van goede kwaliteit is als bedoeld in artikel 8.1.1 lid 2 onder c van de Wet; er ondersteuning is aangevraagd die zal worden verleend buiten Nederland, tenzij het college van oordeel is dat het inzetten van ondersteuning buiten de landsgrenzen een bijzondere bijdrage levert aan het behalen van het beoogde resultaat uit de Wet; de individuele voorziening niet aangemerkt wordt als de goedkoopste passende voorziening de jeugdige en/of ouders in aanmerking komen voor een individuele voorziening in de vorm van een Pgb en het pgb willen besteden aan de inzet van de (dreigende) overbelaste ouder(s) (gezinssysteem) en/of het (dreigende) overbelaste sociaal netwerk. 2.. Het college kan de criteria zoals genoemd in dit artikel uitwerken in nadere regels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel