**1..** Het college weigert een pgb als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet van toepassing is, namelijk:
voor zover de kosten van het betrekken van de jeugdhulp van derden hoger zijn dan de kosten van de individuele voorziening, of
indien het college eerder toepassing heeft gegeven aan artikel 8.1.4, eerste lid, onderdeel a, d of van de wet.
**2..** Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet indien de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de vier jaar voorafgaande aan de aanvraag:
fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd;
betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen;
veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf;
op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder; of
de budgetbeheerder niet voldoet aan de gestelde voorwaarden in artikel 19 lid 1 of een van de in artikel 19 lid 2 genoemde omstandigheden zich voordoet.
**3..** Onverminderd het bepaalde in artikel 11 van deze verordening wordt een pgb geweigerd als sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie.
**4..** Er wordt geen pgb voor informele jeugdhulp verstrekt als, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, formele jeugdhulp noodzakelijk is. Zie bijlage 1 bij deze verordening.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 20.
Weigeringsgronden om in aanmerking te komen voor een pgb
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Apeldoorn 2026