**1..** Fase 1 Bespreken van twijfels
Politieke ambtsdragers worden aangemoedigd om twijfels of vermoedens van niet-integer handelen bespreekbaar te maken.
Indien gewenst kan advies worden ingewonnen bij de burgemeester, de griffier, de integriteitscoördinator (medewerker P&O) of bij een vertrouwenspersoon van de gemeente Boekel.
**2..** Fase 2: Melden van een vermoeden
Een formele melding wordt schriftelijk gedaan bij de burgemeester of, bij meldingen tegen de burgemeester, bij de Vertrouwenscommissie.
De melding bevat minimaal:
Naam en functie van de politieke ambtsdrager op wie de melding betrekking heeft.
Naam en contactgegevens van de melder.
Beschrijving van de vermoedelijke integriteitsschending.
Melder ontvangt daarop binnen vijf werkdagen een schriftelijke ontvangstbevestiging en wordt uitgenodigd voor een gesprek met de burgemeester.
In de schriftelijke ontvangstbevestiging wordt de melder gevraagd niet de publiciteit te zoeken met betrekking tot de melding om de persoonlijk levenssfeer van de betrokken politiek ambtsdrager te beschermen in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek.
De identiteit van de melder wordt niet bekend gemaakt bij degene die de melding betreft of anderen, anders dan de personen die een vooronderzoek uitvoeren, zonder daarvan vooraf schriftelijk akkoord te hebben verkregen van de melder.
Anonieme meldingen worden in principe niet in behandeling genomen, tenzij er voldoende aanknopingspunten zijn voor onderzoek.
De burgemeester kan ook door eigen waarneming of door berichtgeving van buitenaf kennisnemen van een vermeende integriteitsschending. In die gevallen kan hij op eigen initiatief een melding opstellen, gebaseerd op zijn waarneming of op de berichtgeving van buitenaf. In de melding beschrijft de burgemeester wat de aanleiding is om een vooronderzoek uit te voeren.
De burgemeester wordt ondersteund door de griffier of de gemeentesecretaris.
**3..** Fase 3: Vooronderzoek
De burgemeester beoordeelt de melding en bepaalt of een vooronderzoek nodig is. Bij meldingen tegen de burgemeester neemt de Vertrouwenscommissie deze beoordeling op zich.
Indien de burgemeester besluit dat een vooronderzoek noodzakelijk is, wordt dit zo spoedig mogelijk gestart. Tijdens dit vooronderzoek worden in beginsel de melder en de politiek ambtsdrager tegen wie de melding gericht is gehoord. De burgemeester kan dit vooronderzoek ook laten doen door de integriteitscoördinator of een externe deskundige.
Indien de burgemeester besluit dat een vooronderzoek noodzakelijk is, wordt deze bijgestaan door ambtelijke ondersteuning. De vertrouwenscommissie wordt bijgestaan door de griffier.
Indien een lid van de Vertrouwenscommissie als melder zelf betrokken is bij de melding, neemt dit lid van de Vertrouwenscommissie geen deel aan het overleg van de Vertrouwenscommissie.
Bij de uitnodiging voor het horen ontvangt de betrokken politieke ambtsdrager ten minste een korte omschrijving van de aard van de melding. De melding zelf wordt vooraf niet verstrekt.
Van de gesprekken in het vooronderzoek wordt vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid en navolgbaarheid een verslag gemaakt. De gespreksverslagen worden opgenomen in het onderzoeksdossier.
Op basis van het vooronderzoek besluit de burgemeester tot:
Afsluiting van de zaak als er geen sprake is van een schending.
Een informele oplossing.
Een onafhankelijk feitenonderzoek.
In afwachting van het feitenonderzoek kunnen aanvullende tijdelijke maatregelen genomen worden, zoals schorsing.
Mocht de burgemeester besluiten dat een feitenonderzoek niet nodig is, kan de melder en de betrokken politieke ambtsdrager binnen vier weken na ontvangst van het onderzoeksverslag, via de griffier, het Presidium verzoeken te besluiten dat wel een feitenonderzoek noodzakelijk is.
Het Presidium besluit binnen vier weken na ontvangst van het verzoek en kan het besluit eenmaal met twee weken verdagen.
**4..** Fase 4: Onafhankelijk feitenonderzoek
Indien het vooronderzoek voldoende aanleiding geeft, geeft de burgemeester opdracht tot een onafhankelijk feitenonderzoek. In geval van een klacht tegen de burgemeester wordt de commissaris van de Koning door de Vertrouwenscommissie op de hoogte gesteld.
Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een externe partij.
Er wordt een onderzoeksopdracht met het onderzoeksbureau overeengekomen. In de opdracht staan in ieder geval vermeld de aanleiding, de onderzoeksopdracht en de verwachte duur en kosten van het onderzoek.
De betrokken politieke ambtsdrager en melder worden over het besluit om een feitenonderzoek te doen door de burgemeester geïnformeerd. Indien het een melding over de burgemeester betreft informeert de Vertrouwenscommissie de burgemeester hierover.
Tijdens het onderzoek krijgen betrokkenen de kans om hun zienswijze te geven. Er wordt een gespreksverslag opgemaakt door de onderzoekers en ondertekend door de alle aanwezigen. Als de gehoorde weigert te tekenen wordt daarvan melding gemaakt in het verslag. Als de gehoorde dat wil, wordt er een schriftelijke weergave van de afwijkende mening van de gehoorde bij het verslag gedaan.
In beginsel wordt tijdens het vooronderzoek en het feitenonderzoek niet bericht over de melding en het onderzoek, anders dan naar direct betrokkenen en waar nodig het Presidium of de Vertrouwenscommissie. Het betreft, lopende het vooronderzoek en het feitenonderzoek, een interne kwestie.
**5..** Fase 5: Afronding en besluitvorming
Het eindrapport wordt gedeeld met de burgemeester.
De burgemeester zorgt gedurende het proces voor de interne en externe communicatie.
Indien het eindrapport over de burgemeester gaat neemt de Commissaris van de Koning als eerste kennis van het eindrapport.
De burgemeester deelt het eindrapport met de melder, de betrokken politieke ambtsdrager, het college, het presidium en de raad. Wanneer het de burgemeester betreft dan stelt de Commissaris van de Koning de gemeenteraad en het college op de hoogte.
De gemeenteraad bespreekt het eindrapport in een besloten raadsvergadering.
De gemeenteraad beslist over mogelijke consequenties bij een integriteitsschending.
Voor politieke ambtsdragers zijn er verschillende sancties die aan de orde kunnen zijn.
Sancties kunnen onder anders zijn:
binnenskamers corrigerend toespreken;
publieke excuses;
motie van treurnis / afkeuring / wantrouwen;
schorsing / ontslag (alleen voor burgemeester en wethouder);
royement door de eigen politieke partij;
ontslag uit een bijkomende functie die men als raadslid vervult en waarin men door de raad is benoemd;
verwijdering uit de raadsfractie;
raadslidmaatschap houdt op te bestaan of wordt vervallen verklaard;
De burgemeester kan aangifte doen wanneer er een strafbaar feit heeft plaatsgevonden.
De melder en andere betrokkenen worden geïnformeerd over de uitkomst.
De gemeenteraad kan besluiten om de uitkomsten (gedeeltelijk) openbaar te maken, met inachtneming van privacywetgeving en de Wet open overheid. Afwegingscriteria voor openbaarmaking zijn:
wettelijke kaders en privacywetgeving
zwaarwegend publiek belang bij transparantie
proportionaliteit en subsidiariteit
beschermen van betrokkenen
geheimhouding en vertrouwelijkheid
Alvorens het onderzoek openbaar gemaakt wordt, worden de betrokkenen hiervan 2 weken van te voren op de hoogte gesteld.
Artikel 4.
Procedure bij een vermoeden van een integriteitsschending
Onderdeel van Protocol voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen politieke ambtsdragers binnen de gemeente Boekel