Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1:6

Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Onderdeel van Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2027-2028 categorie A Den Haag 2026

1.. De subsidie heeft betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 1:4. 2.. In aanvulling op het eerste lid komt in ieder geval voor subsidie in aanmerking: de btw over de gesubsidieerde kosten voor zover die btw niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht; de kosten die gemaakt worden voor de waardering van vrijwilligers, voor zover die minder bedragen dan € 25,- per vrijwilliger per jaar en voor zover het totaal van deze kosten per aanvraag minder bedraagt dan € 5.900,-; en de kosten voor vrijwilligersvergoedingen die lager zijn dan 5% van de subsidie die wordt verleend of die lager zijn dan het fiscaal vrijgestelde maximum of die door het college redelijk en proportioneel wordt geacht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel