Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.1

aanvullende criteria Pgb

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar 2026

1.. De jeugdige en/of de ouder(s) kunnen een Pgb aanvragen. Dit kan als zij de individuele voorziening die de gemeente kan bieden niet passend vinden. Daarvoor geven zij redenen in het gesprek met het cjg. Meer over dit gesprek staat in artikel 3.5. 2.. Een jeugdige of zijn ouder(s) komen slechts voor een Pgb in aanmerking indien wordt voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 8.1.1 van de wet en de criteria als genoemd in artikel 4.1, 5.2 en 5.3 en in dit artikel. 3.. De jeugdige en/of de ouder(s) vullen een Pgb-plan in. Dit Pgb-plan leveren ze samen met het (integraal) onderzoeksplan in om een Pgb aan te vragen. Het Pgb-plan geeft in elk geval antwoord op onderstaande punten: De motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is en een Pgb gewenst is. De Zorg in natura is de individuele voorziening die de gemeente kan bieden. Hiervoor heeft de gemeente contracten afgesloten met aanbieders. De motivering moet daarbij inzichtelijk maken bij welke gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders de jeugdige of zijn ouders zich hebben georiënteerd en waarom die aanbieders niet passend zouden zijn; Welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouders willen inkopen met een Pgb, wat het beoogde resultaat is, op welke wijze de beoogde jeugdhulp bijdraagt aan de doelen uit het (integraal) onderzoeksplan en de wijze waarop de jeugdhulp wordt geëvalueerd; Naar welke jeugdhulpaanbieder de jeugdige en/of de ouder(s) gaan voor de jeugdhulp en op welke manier deze hulp bijdraagt aan de hulpvraag; Op welke wijze de kwaliteit van de in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd. Het Pgb-plan moet een duidelijke verklaring van de jeugdhulpaanbieder bevatten waaruit blijkt dat deze voldoet aan de geldende kwaliteitseisen uit 5.2 en 5.3 en dit artikel onder lid 6. Wat de jeugdhulpaanbieder betaald krijgt. Het gaat om de kosten per uur, dagdeel of etmaal en de andere kosten die aan de aanbieder betaald worden; indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, en Welke persoon het Pgb beheert. 4.. Het cjg beoordeelt aan de hand van de navolgende criteria of de budgethouder of budgetbeheerder in staat is om de aan het beheer van een Pgb voortvloeiende taken te kunnen uitvoeren. In ieder geval: Een duidelijk beeld te hebben van de hulpvraag; Op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het Pgb of deze zelf (online) weten te vinden; In staat zijn om een overzichtelijke Pgb-administratie bij te houden en te bewaren. Aan de hand van deze administratie moet kunnen worden aangetoond dat de jeugdhulp is geleverd, wat de kwaliteit hiervan was en welke resultaten er werden behaald; Voldoende vaardig te zijn om in de Nederlandse taal te communiceren met de gemeente, de SVB en de jeugdhulpverleners; In staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een jeugdhulpverlener te kiezen; In staat te zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; In staat zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde jeugdhulp passend en kwalitatief goed is; In staat zijn de inzet van jeugdhulpverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; In staat zijn om als werk- of opdrachtgever de jeugdhulpverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren, en Voldoende kennis hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden. 5.. De regie en beheer van het PGB kan niet worden neergelegd: Bij de PGB-hulpverlener of organisatie. Behalve als het college daar toestemming voor geeft. Er is sprake van éen of meer van de volgende omstandigheden: Schuldenproblematiek. Schuldenproblematiek kan onder meer blijken uit het feit dat het college aan de budgethouder of de budgetbeheerder een beschikking tot schuldhulpverlening heeft verleend; Ernstige verslavingsproblematiek; Aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; Een aanmerkelijke verstandelijke beperking; Een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; Een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; Het hebben van een zodanig progressief ziektebeeld dat de verwachting is dat op termijn de aan het Pgb verbonden taken niet meer verantwoord kunnen worden uitgevoerd; Het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; Het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag. 6.. De uitvoerder van de jeugdhulp ingekocht met een Pgb moet in ieder geval voldoen aan de volgende kwaliteitseisen, ongeacht of het formele of informele hulp betreft: Voor elk van zijn medewerkers beschikt over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Voor ouders van de jeugdige geldt deze kwaliteitseis niet; Zich zodanig organiseert (en zich voorziet van kwalitatief goed en voldoende personeel) dat verantwoorde hulp kan worden geboden (norm van de verantwoorde werktoedeling); Houdt een deugdelijke administratie bij met een registratie van de geleverde hulp. Uit deze registratie moet kunnen worden afgeleid dat de jeugdhulp is verleend, wat de kwaliteit hiervan is en welke resultaten er zijn behaald; Is voldoende vaardig om in de Nederlandse taal te communiceren; Werkt volgens een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd dat is afgestemd met ouders en jeugdige; Voert de hulp uit in overeenstemming met de beschikking van het college; Stemt de hulp af op de persoonlijke situatie van de jeugdige of zijn ouder(s); Stemt de hulp af op andere voorzieningen, vrij toegankelijke voorzieningen en individuele voorzieningen waar de jeugdige of zijn ouder(s) gebruik van maken; Werkt mee aan een evaluatie als bedoeld in artikel 3.5 en 4.4; Respecteert de privacy van de jeugdige of zijn ouder(s) en gaat vertrouwelijk om met informatie over de persoonlijke situatie; Neemt bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling in het huishouden van de jeugdige of zijn ouder(s) voor advies of het doen van een melding contact op met Veilig Thuis; Meldt calamiteiten en geweldsincidenten bij de verlening van jeugdhulp aan het college; Werkt mee aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door het cjg of daartoe aangewezen derden op inhoudelijke kwaliteit en op rechtmatigheid; en Is of raakt door verlening van de jeugdhulp naar het oordeel van het cjg niet overbelast. 7.. Het college kan nadere regels stellen voor de verdere uitwerking van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel