Naar hoofdinhoud
1.. De subsidie bedraagt minimaal € 20.000,- en maximaal € 160.000,-. 2.. De subsidie bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele kosten. 3.. De subsidie kan met 10% van de subsidiabele kosten worden verhoogd voor middelgrote ondernemingen, met 20% van de subsidiabele kosten voor kleine ondernemingen en met 20% van de subsidiabele kosten voor activiteiten die niet als economisch worden aangemerkt. 4.. Onverminderd het eerste en tweede lid wordt de hoogte van de subsidie als volgt bepaald: onderbouwing van fases: indien slechts één onderdeel van artikel 2.5.1 voldoende is onderbouwd, bedraagt de subsidie maximaal € 60.000,-. indien de aanvrager aannemelijk maakt dat zowel onderdelen a en b van artikel 2.5.1 volledig en goed onderbouwd zijn, dan bedraagt de subsidie maximaal € 120.000,-. Indien het project betrekking heeft op een doelgroep van meer dan 1.000 huishoudens, wordt een verhoging toegepast van €20.000,- boven op het bedrag dat op grond van onderdeel a i wordt bepaald en € 20.000 bovenop het bedrag op grond van onderdeel a onder ii. 5.. Bij projecten waarbij zowel voor onderdelen a als b van artikel 2.5.1 subsidie wordt aangevraagd, vindt bij de verlening de bevoorschotting van de subsidie plaats in termijnen, gekoppeld aan het behalen van vooraf vastgestelde realisatie-indicatoren per onderdeel (fase) van het project. Voor iedere termijn geldt dat uitbetaling plaatsvindt nadat de subsidieontvanger aantoonbaar heeft voldaan aan de voorwaarden en resultaten die voor het betreffende onderdeel (fase) zijn omschreven in het projectplan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel