In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Utrecht;
lijst A: de als bijlagen 1 en 3 bij deze verordening behorende lijst onderscheidenlijk kaart van vaarwegen in beheer bij de provincie;
lijst B: de als bijlagen 2 en 4 bij deze verordening behorende lijst onderscheidenlijk kaart van binnen de provincie gelegen vaarwegen in beheer bij andere overheidslichamen, het Rijk uitgezonderd, en onder toezicht van de provincie;
minimaal benodigde vaarwegdiepte: diepte afgeleid van de diepgang van het maatgevende schip vermeerderd met de benodigde kielspeling;
minister: minister van Verkeer en Waterstaat;
pompcapaciteit: het maximum wateropbrengend vermogen van een inrichting in m3 per uur;
regionaal waterplan: plan als bedoeld in artikel 4.4 van de wet;
retourbemaling: het in een grondwaterlichaam brengen van onttrokken water, ter compensatie of vermindering van de gevolgen van het onttrekken van water;
schip: schip als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Scheepvaartverkeerswet;
vaarweg: elk binnen de provincie gelegen water dat openstaat voor het openbaar scheepvaartverkeer, voor zover vermeld op lijst A of lijst B;
vaarwegbeheer: de overheidszorg gericht op de instandhouding, bruikbaarheid en bescherming van een vaarweg en bijbehorende werken;
vaarwegbeheerder: het bevoegde bestuursorgaan van het overheidslichaam dat met het vaarwegbeheer is belast en als zodanig is vermeld op lijst A of lijst B;
werk: elk kunstwerk of ander bouwwerk, waaronder begrepen oevers en oevervoorzieningen, boven, op, in, onder of langs een vaarweg gelegen;
wet: Waterwet.
Hoofdstuk
Artikel 1.1: