Naar hoofdinhoud
1. De vaarwegbeheerder neemt bij de uitvoering van zijn taak de minimaal benodigde doorvaarthoogte, vastgesteld krachtens artikel 2.4, eerste lid, in acht. 2. Het eerste lid is niet van toepassing indien op het tijdstip waarop het besluit, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, wordt genomen een vaste brug niet voldoet aan de minimaal benodigde doorvaarthoogte. 3. Bij de bouw of de vervanging van een vaste brug wordt, behoudens ontheffing van gedeputeerde staten, aan de in het eerste lid gestelde voorwaarde voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel