**1.** Gedeputeerde staten voeren bij de voorbereiding van het regionaal waterplan ten minste overleg met het dagelijks bestuur van de binnen het plangebied liggende waterschappen, de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat en de colleges van burgemeester en wethouders van de binnen het plangebied liggende gemeenten.
**2.** Gedeputeerde staten raadplegen bij de voorbereiding van het regionaal waterplan de minister en gedeputeerde staten van de aangrenzende provincies.
**3.** Op de voorbereiding van het regionaal waterplan is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat naast de belanghebbenden ook de ingezetenen van de provincie de gelegenheid hebben hun zienswijze op het regionaal waterplan schriftelijk of mondeling in te brengen.
**4.** Gedeputeerde staten zenden het regionaal waterplan na vaststelling aan de in het eerste lid genoemde bestuursorganen en aan gedeputeerde staten van de aangrenzende provincies.
Hoofdstuk
Artikel 3.1: