**1.** De vaarwegbeheerder draagt zorg voor het onderhoud van de vaarweg met inachtneming van de minimaal benodigde vaarwegdiepten, vastgesteld krachtens artikel 2.4, eerste lid.
**2.** De vaarwegbeheerder van een op lijst A of B aangegeven vaarweg, met uitzondering van de vaarwegen van lijst A die zijn aangegeven met de nummers 1 tot en met 4, zendt gedeputeerde staten elke vijf jaar een verslag over de staat van onderhoud van de desbetreffende vaarweg.
**3.** Het onderhoud, bedoeld in het eerste lid, omvat:
het houden of brengen van de vaarweg op de vastgestelde afmetingen;
het in goede staat houden of brengen van de oevers, oevervoorzieningen en kunstwerken, zodanig dat de instandhouding en de bruikbaarheid van de vaarweg gewaarborgd blijven;
het schoonhouden van de vaarweg, met inbegrip van het afvoeren van vuil en waterplanten.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.5: