**1..** Een verzoek om de toepassing van het uitdaagrecht bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
omschrijving van de gemeentelijke taak die de indiener wil overnemen;
argumentatie waarom en hoe de indiener de gemeentelijke taak beter of goedkoper kan uitvoeren;
beschrijving van de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener;
beschrijving van het draagvlak onder belanghebbenden;
de verwachte kosten;
de verwachte benodigde middelen;
gewenste ondersteuning en vorm van samenwerking met het bestuursorgaan; en
argumentatie hoe de kwaliteit en uitvoering van de taak op langere termijn kan worden gewaarborgd.
**2..** Het bestuursorgaan informeert de indiener van het verzoek over het wel of niet toepassen van het uitdaagrecht.
**3..** Het bestuursorgaan reageert binnen een termijn van acht weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn eenmalig verlengen met acht weken en informeert de indiener wanneer dit het geval is.
**4..** Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en onderbouwing binnen vijftien werkdagen openbaar.
Toelichting: artikel 12
Dit artikel gaat over het proces van het uitdaagrecht. In lid 1 staat een aantal onderwerpen die een initiatiefnemer moet opnemen in zijn verzoek. Dit zorgt ervoor dat duidelijk wordt waarom de initiatiefnemer een taak wil overnemen van de gemeente, waarom hij dit beter of goedkoper denkt te kunnen doen, wat andere belanghebbenden daarvan vinden, welke kosten hiervoor nodig zijn en welke ondersteuning van het bestuursorgaan gevraagd wordt. Ook moet de initiatiefnemer onderbouwen dat het overnemen van een taak op een goede manier gebeurt. De invulling van deze onderdelen kan per initiatief verschillen.
Het bestuursorgaan beslist of het verzoek wordt toegekend en laat dit aan de initiatiefnemer weten. Dit staat in het tweede, derde en vierde lid.