Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregels Inkomen Participatiewet gemeente Midden-Delfland 2026

1.. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. 2.. In deze beleidsregels en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder: aanvullende inkomstenvrijlating: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel r van de Participatiewet, artikel 8, vijfde lid van de Ioaw en artikel 8, negende lid van de Ioaz; algemene inkomstenvrijlating: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel n van de Participatiewet, artikel 8, tweede lid van de Ioaw en artikel 8, derde lid van de Ioaz; AOW: Algemene Ouderdomswet; belanghebbende: de persoon die algemene bijstand ontvangt op grond van de Participatiewet of een uitkering op grond van de Ioaw of de Ioaz; bijstandsperiode: een periode dat algemene bijstand op grond van de Participatiewet wordt ontvangen of een uitkering op grond van de Ioaw of een uitkering op grond van de Ioaz; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland; commerciële (onder-)huur: het gebruik maken van een onroerende zaak van een verhuurder, voor een bepaalde periode en tegen een periodieke betaling en een marktconforme prijs; commerciële (onder-)verhuur: het in gebruik geven van een onroerende zaak voor een bepaalde periode aan een huurder, tegen een periodieke betaling en een marktconforme prijs; gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel b van de wet; inkomstenvrijlating medische urenbeperkte: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel y van de Participatiewet, artikel 8, zevende lid van de Ioaw en artikel 8, elfde lid van de Ioaz. jongere: de belanghebbende of het gezin, bedoeld in artikel 41, vierde lid, van de wet; probleemschulden: schulden die naar het oordeel van het college in redelijkheid niet meer afgelost kunnen worden. vermogen: de waarde van de bezittingen waarover de belanghebbende redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de schulden. wet: de Participatiewet woning: een woning als bedoel in artikel 1, onderdeel j van de Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, zoals bedoel in artikel 3, zesde lid van de wet. woonkosten; als een eigen woning wordt bewoond: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten; als een huurwoning wordt bewoond de per maand geldende huurprijs, als bedoeld in artikel 1, onderdeel d van de Wet op de huurtoeslag. woonlasten: alle kosten die verbonden zijn aan het bewonen van een woning. zoektermijn: de termijn van vier weken, genoemd in artikel 41, vierde lid, van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel