**1..** Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.
**2..** In deze beleidsregels en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder:
aanvullende inkomstenvrijlating: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel r van de Participatiewet, artikel 8, vijfde lid van de Ioaw en artikel 8, negende lid van de Ioaz;
algemene inkomstenvrijlating: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel n van de Participatiewet, artikel 8, tweede lid van de Ioaw en artikel 8, derde lid van de Ioaz;
AOW: Algemene Ouderdomswet;
belanghebbende: de persoon die algemene bijstand ontvangt op grond van de Participatiewet of een uitkering op grond van de Ioaw of de Ioaz;
bijstandsperiode: een periode dat algemene bijstand op grond van de Participatiewet wordt ontvangen of een uitkering op grond van de Ioaw of een uitkering op grond van de Ioaz;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland;
commerciële (onder-)huur: het gebruik maken van een onroerende zaak van een verhuurder, voor een bepaalde periode en tegen een periodieke betaling en een marktconforme prijs;
commerciële (onder-)verhuur: het in gebruik geven van een onroerende zaak voor een bepaalde periode aan een huurder, tegen een periodieke betaling en een marktconforme prijs;
gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel b van de wet;
inkomstenvrijlating medische urenbeperkte: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel y van de Participatiewet, artikel 8, zevende lid van de Ioaw en artikel 8, elfde lid van de Ioaz.
jongere: de belanghebbende of het gezin, bedoeld in artikel 41, vierde lid, van de wet;
probleemschulden: schulden die naar het oordeel van het college in redelijkheid niet meer afgelost kunnen worden.
vermogen: de waarde van de bezittingen waarover de belanghebbende redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de schulden.
wet: de Participatiewet
woning: een woning als bedoel in artikel 1, onderdeel j van de Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, zoals bedoel in artikel 3, zesde lid van de wet.
woonkosten;
als een eigen woning wordt bewoond: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten;
als een huurwoning wordt bewoond de per maand geldende huurprijs, als bedoeld in artikel 1, onderdeel d van de Wet op de huurtoeslag.
woonlasten: alle kosten die verbonden zijn aan het bewonen van een woning.
zoektermijn: de termijn van vier weken, genoemd in artikel 41, vierde lid, van de wet.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels Inkomen Participatiewet gemeente Midden-Delfland 2026