De advisering over lucht en geur is gericht op het handhaven van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en het voorkomen van hinder en gezondheidsrisico’s. Bij de beoordeling van aanvragen voor milieubelastende activiteiten, zoals bedrijven die geur of schadelijke stoffen uitstoten, wordt getoetst aan de geldende regelgeving. Dit omvat emissies van geur, stof, vluchtige organische stoffen (VOS) en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). De ODWH adviseert ook bij ruimtelijke plannen (wijziging omgevingsplan, BOPA). De ODWH gebruikt hulpmiddelen zoals het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit en specifieke rekentools voor geurverspreiding. Op dit moment heeft de ODWH nog veel te maken met de BOPA en tijdelijke alternatieve maatregelen via het informatiemodel ruimtelijke ordening (TAM-IMRO). Hierbij adviseert de ODWH de gemeente over het invulling geven aan de bestuurlijke afwegingsruimte en het voldoen aan de regels uit het Bkl en de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV). In de toekomst zal meer gebruik worden gemaakt van data uit de omgevingsvisie, het omgevingsplan en andere beleidsdocumenten. De samenwerking met milieuspecialisten en externe deskundigen zorgt ervoor dat de adviezen gebaseerd zijn op actuele gegevens, wat essentieel is voor het waarborgen van de luchtkwaliteit en het beperken van geurhinder. Op dit moment wordt gebruik gemaakt van het geurbeleid van de provincie. Wanneer een gemeente behoefte heeft aan een eigen specifiek geurbeleid dan zou de ODWH het voorstel van dit beleid kunnen uitwerken om op te nemen in het omgevingsplan.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.10
Lucht en geur
Onderdeel van Nota Advisering, Uitvoering (regulering en toezicht) en Handhaving 2025