Naar hoofdinhoud
1.. De aanvraag van de subsidie wordt ingediend met e-Herkenning via Subsidiehulp | gemeente Utrecht. 2.. Een rechtspersoon, een natuurlijke persoon met een onderneming die in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is ingeschreven of een penvoerder dient de aanvraag in met e-Herkenning. 3.. De activiteiten die de subsidieaanvrager op het Berlijnplein wenst uit te voeren zijn passend bij de functies die zijn toegestaan binnen het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) voor deze locatie. 4.. De aanvraag vindt in drie fasen plaatsen. 5.. Bij de eerste fase van de aanvraag worden de volgende documenten aangeleverd: een artistieke visie van maximaal 3000 woorden waarin de subsidieaanvrager in elk geval antwoord geeft op de volgende vragen: Wat zijn op hoofdlijnen de activiteiten die subsidieaanvrager in de presentatieruimte wil gaan organiseren; Wat is de artistiek-inhoudelijke visie van de aanvrager op basis waarvan de activiteiten onder i worden georganiseerd; Welke kunstenaars en ontwerpers en welk publiek wil de aanvrager bereiken met de activiteiten onder i en de visie onder ii; Wat is het belang van de visie en/of de activiteiten van de aanvrager binnen het bredere culturele en beeldende kunsten- en ontwerpveld, en wat ziet de aanvrager als het maatschappelijke belang van haar visie en/of haar activiteiten; Hoe zijn de beoogde activiteiten van de aanvrager van meerwaarde voor het Utrechtse beeldende kunstenveld en voor de specifieke locatie (Leidsche Rijn en Berlijnplein); Welke kennis en kunde brengt de aanvrager mee op het zakelijke vlak, waaronder ervaring met het opzetten en/of managen van een organisatie en/of programma. Optioneel mag de subsidieaanvrager maximaal 6 pagina’s aan CV’s van sleutelpersonen en/of organisatiebeschrijvingen toevoegen; Optioneel mag de subsidieaanvrager een bijlage met beeldmateriaal van maximaal 6 pagina’s toevoegen, waaronder maximaal 2 links naar eventuele video’s. Als een aanvrager in de voorgaande drie jaar geen subsidie bij burgemeester en wethouders heeft aangevraagd of indien de onderstaande gegevens zijn gewijzigd, levert de aanvrager bij de aanvraag ook de volgende gegevens aan: Kopie bankafschrift waarop in ieder geval het rekeningnummer en de naam van de aanvrager duidelijk zichtbaar zijn; Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel; De statuten of akte van oprichting, als de aanvrager een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is; Indien aanwezig het jaarverslag en de jaarrekening 2024. Als de subsidie door een penvoerder wordt aangevraagd namens een samenwerkingsverband: een machtiging aan de penvoerder door alle aanvragers. 6.. Bij de tweede fase worden de volgende documenten aangeleverd: Een projectplan van maximaal 20 pagina’s met daarin in elk geval: Een nadere uitwerking van de artistieke visie van de subsidieaanvrager, met daarin aandacht voor hoe deze visie zich verhoudt tot actuele ontwikkelingen, vraagstukken en praktijken binnen de samenleving als geheel en binnen de beeldende kunst- en ontwerpcontext in het bijzonder; Een conceptjaarprogramma met eventuele programmalijnen, met daarbij ook een nadere omschrijving van welke (soorten) kunstenaars, ontwerpers en/of partners de subsidieaanvragers daarbij wil betrekken; Een beschrijving van de positionering ten opzichte van andere spelers binnen het beeldende kunst en ontwerpveld, zowel nationaal als lokaal met daarbij een reflectie op de toegevoegde waarde van de plannen van de subsidieaanvrager; Een nadere omschrijving van de beoogde publieksgroepen en het publieksbereik van het programma dat de subsidieaanvrager wil gaan ontwikkelen, zowel kwantitatief als kwalitatief, als ook een visie op hoe deze een divers en inclusief publiek denkt te bereiken; Meer informatie over hoe de plannen van subsidieaanvrager aansluiten bij het Ontwikkelplan Berlijnplein. Een globaal ondernemingsplan van maximaal 20 pagina’s met daarin in elk geval: een globale organisatieomschrijving, inclusief een beeld van hoe de subsidieaanvrager de artistieke en zakelijke leiding vorm wil geven en andere beoogde personele inzet die passend is voor de realisatie van de plannen in het projectplan onder sub a; een SWOT-analyse; een globale, sluitende meerjarenbegroting voor de gehele subsidieperiode, waarin in elk geval inzicht wordt verschaft in activiteitenlasten en beheerlasten en in de geprojecteerde samenstelling van baten die worden voorzien; nadere informatie over hoeveel ruimte de subsidieaanvrager in de permanente situatie wenst te huren en/of hoe deze de deelgebruik van de ruimte voor zich ziet, indien dit van toepassing is. Optioneel mag de subsidieaanvrager een bijlage met beeldmateriaal van maximaal 6 pagina’s toevoegen, waaronder maximaal 2 links naar eventuele video’s. 7.. Bij fase 3 worden de volgende documenten aangeleverd: Een meerjarenbeleidsplan van maximaal 25 pagina’s met daarin in elk geval: een artistiek-inhoudelijk plan met meerjarenvisie voor de gehele subsidieperiode en doelstellingen, met aandacht voor de plaats van de organisatie binnen het Utrechtse beeldende kunst- en ontwerpveld, de in de Cultuurnota 2025-2028 omschreven pijlers en uitgangspunten en de in het Ontwikkelplan Berlijnplein en de daarbij behorende bijlagen omschreven uitgangspunten en ambities; voor het eerste jaar van de subsidieperiode waarbinnen activiteiten plaats vinden een uitgewerkt jaarplan, waarin specifieke activiteiten en programma’s zijn uitgewerkt, met daarin ook aandacht voor welke makers- en publieksgroepen door deze programmaonderdelen worden bereikt en een toelichting op hoe deze programmaonderdelen aansluiten bij actuele ontwikkelingen, praktijken en/of vraagstukken die spelen binnen de samenleving, binnen de cultuursector en/of binnen de beeldende kunst- en ontwerpsector; Een sluitende meerjarenbegroting en -dekkingsplan voor de gehele subsidieperiode, inclusief bijbehorende toelichting op de begroting met aandacht voor eventuele investeringskosten en liquiditeit; Een uitgebreide omschrijving van de bedrijfsvoering van maximaal 25 pagina’s die aansluit op de doelstellingen en activiteiten onder lid a sub i en ii, met daarin in elk geval: Een organogram en toelichting bij de organisatiestructuur; Nadere informatie over de personele omvang en honoreringsrichtlijnen; Een risicoanalyse met aandacht voor risico’s binnen de bedrijfsvoering, de potentiële impact van deze risico’s en bijbehorende mitigerende maatregelen; Een overzicht van beoogde samenwerkingspartners met intentieovereenkomsten van deze partners; Een omschrijving van hoe de subsidieaanvrager uitvoering denkt te geven aan de drie codes (code cultural governance, code diversiteit en inclusie en de fair practice code) en aan een duurzaamheidsbeleid, conform de in hoofdstuk 4 van de Cultuurnota 2025-2028 genoemde richtlijnen en criteria. Optioneel mag de subsidieaanvrager een bijlage met beeldmateriaal van maximaal 6 pagina’s toevoegen, waaronder maximaal 2 links naar eventuele video’s. 8.. De maximale lengte van documenten die in dit artikel worden benoemd is het aantal pagina’s op A4-formaat, inclusief eventueel voorblad, inhoudsopgave en achterblad. De maximale lengte van de toelichting op de begroting bedraagt 5 pagina’s op A4-formaat. De minimale regelafstand voor alle documenten is 1,2. De minimale lettergrootte is 10 in een leesbaar lettertype. Wanneer een aangeleverd document het maximumaantal pagina’s overschrijdt, zullen de boventallige pagina’s niet aan de adviescommissie ter beschikking worden gesteld. 9.. In de optionele bijlagen met beeldmateriaal wordt geen inhoudelijk aanvullende informatie gegeven; het beeldmateriaal is puur bedoeld ter ondersteuning van de aanvraag.

Rechtspraak bij dit artikel