Naar hoofdinhoud
1.. In afwijking van artikel 4, eerste lid, tweede volzin, van de ASV verleent burgemeester en wethouders de subsidie aan de aanvraag die in de derde fase van deze subsidieaanvraag met het hoogste aantal punten wordt gewaardeerd op basis van de in lid 3 genoemde criteria. Ter beoordeling van de aanvragen wordt op grond van dit artikel een adviescommissie ingesteld door burgemeester en wethouders. De adviescommissie adviseert burgemeester en wethouders over de inhoudelijke beoordeling van aanvragen op basis van de criteria zoals opgenomen in deze nadere regel. 3.. Aan de volledig en tijdig ontvangen aanvragen worden door de adviescommissie per fase telkens opnieuw punten toegekend aan de hand van de onderstaande criteria op basis van de in de betreffende fase aangeleverde documenten. De commissie mag documenten uit de vorige fase(n) betrekken bij de beoordeling om vast te stellen of de plannen voldoende samenhangend zijn. Artistiek-inhoudelijke kwaliteit De adviescommissie beoordeelt in hoeverre de aanvrager een onderscheidende, samenhangende artistieke visie formuleert en de manier waarop deze visie is vertaald in de voorgenomen activiteiten en werkwijze gedurende de subsidieperiode. De commissie kijkt daarbij naar welke keuzes de aanvrager maakt en waarom, en in hoeverre deze keuzes leiden tot artistieke kwaliteit, waarbij we voor kwaliteit de definitie hanteren zoals omschreven in de Cultuurvisie 2030. In de derde fase betrekt de commissie in haar oordeel tevens de vraag in hoeverre de artistieke visie aansluit bij de pijlers omschreven in de Cultuurnota 2025-2028 en bij de ambities en uitgangspunten voor het Berlijnplein, zoals geformuleerd in het Ontwikkelplan Berlijnplein en haar bijlagen (50%). De adviescommissie beoordeelt of en in hoeverre de artistieke visie van de aanvrager alsmede de concrete vertaling daarvan in programma-activiteiten, aansluiten bij actuele ontwikkelingen, vraagstukken en praktijken die relevant zijn binnen de lokale en (intern)nationale beeldende kunst- en ontwerpcontext (25%). De adviescommissie beoordeelt of de aanvraag leidt tot een aantrekkelijk, voldoende, actueel en crossdisciplinair programma-aanbod dat ruimte biedt aan verschillende beeldende kunst en/of ontwerpdisciplines (25%). Bereik en betekenis voor de stad: De adviescommissie beoordeelt of en in hoeverre de activiteiten van de aanvrager van betekenis zijn voor het (maak)klimaat binnen de beeldende kunst- en ontwerpsector in Utrecht. De aanvrager hoeft niet elke maker in Utrecht te bereiken. Belangrijker is de impact die de aanvrager maakt op de doelgroepen die de aanvrager zelf heeft gespecificeerd. Bij de beoordeling daarvan kijkt de adviescommissie naar de vraag of (de keuzes voor) deze doelgroepen helder en duidelijk zijn, en passend zijn bij de artistieke visie. Ook kijkt de commissie of de plannen ruimte bieden voor professionalisering van de maker binnen deze doelgroepen, of de plannen zich in voldoende mate richten op Utrechtse beeldende kunstenaars en ontwerpers en of de doelgroepen voldoende breed zijn, waarmee wordt bedoeld dat er binnen de plannen ruimte is voor een veelheid aan beeldende en/of ontwerpdisciplines. Tot slot kijkt de adviescommissie of en in hoeverre de plannen van de aanvrager leiden tot een programma dat een diverse en inclusieve groep makers aan zich weet te binden (50%). De adviescommissie beoordeelt of en in hoeverre de activiteiten van de aanvrager van betekenis zijn voor bewoners en bezoekers uit Utrecht en daarbuiten. De aanvrager hoeft niet elke mogelijke bezoeker uit de wijk, stad of daarbuiten te bereiken. Belangrijker is de impact die de aanvrager maakt op de doelgroepen die de aanvrager zelf heeft gespecificeerd. Bij de beoordeling kijkt de commissie naar de vraag of deze doelgroepen helder en logisch zijn geformuleerd, in hoeverre deze aansluiten bij de demografische kenmerken (zoals leeftijd, gender, opleidingsniveau, culturele herkomst, inkomen e.d.) van Nederland, Utrecht, en Leidsche Rijn. De commissie beoordeelt ook of de plannen van de aanvrager leiden tot een programma waarvan aangenomen kan worden dat het een divers en inclusief publiek weet te bereiken (35%). Beoordeeld wordt of en in hoeverre de activiteit van de aanvrager aansluit op bredere maatschappelijke vraagstukken, waarbij we in het bijzonder ook kijken naar het overkoepelende thema voor Berlijnplein: ‘De toekomst van de stad’ (15%). Plaats en betekenis binnen het ecosysteem van beeldende kunst en ontwerp: We beoordelen of en in hoeverre de plannen van de aanvrager bijdragen aan de versterking en diversiteit van het aanbod van beeldende kunst en ontwerp in Utrecht (40%) We beoordelen of de plannen van de aanvrager kwalitatief en kwantitatief aansluiten bij de ambitie om te komen tot een breed georiënteerd middenpodium voor beeldende kunst- en ontwerppresentaties in de keten tussen kunstenaarsinitiatieven en museale presentaties, waarbij ‘breed georiënteerd’ in elk geval inhoud dat er in de plannen ruimte is voor meerdere beeldende kunst- of ontwerpdisciplines en voor een diversiteit aan makers(groepen). (40%) We beoordelen of en in hoeverre de plannen van de aanvrager zich onderscheiden van andere pleingenoten op het Berlijnplein en tevens of en in hoeverre de plannen de kansen realiseert die cultuurcluster Berlijnplein biedt om discipline- en/of domeinoverstijgende samenwerkingen en experimenten aan te gaan (20%). Uitvoerbaarheid: In de eerste fase beoordeelt de adviescommissie dit criterium op basis van de aangeleverde CV’s en op de door de aanvrager overlegde informatie over ervaring. (100%) In fase 2 en 3 beoordeelt de adviescommissie of de plannen van de aanvrager een realistische samenhang laten zien tussen en bedrijfsvoering en het soort en aantal activiteiten dat wordt omschreven. Daarbij kijkt de commissie niet alleen naar de omvang en het realisme van de begroting, maar ook naar, onder meer, een evenwichtige financieringsmix, de verhouding tussen activiteitenlasten en beheerlasten, eventuele investeringskosten, de voorgestelde personele inzet. In fase 3 weegt de commissie tevens de liquiditeit van de begroting mee (40%). In fase 2 en 3 kijkt de adviescommissie naar de organisatorische en zakelijke plannen, inclusief de begroting, als samenhangend geheel in de volle breedte en beoordeelt daarbij onder meer de omgang met risico’s en onzekerheden in de bedrijfsvoering en de efficiëntie en effectiviteit van de organisatiestructuur. Hierbij wordt uitdrukkelijk rekening gehouden met de vraag of de begroting en de organisatorische en zakelijke plannen passend zijn bij de fase waarin de organisatie zich bevindt en of deze voldoende vertrouwen geven dat de organisatie een professionele, duurzame culturele instelling is of kan worden, passend bij de beoogde doelstelling om een middelgrote instelling op deze plek te realiseren. (35%). In fase 2 en 3 beoordeelt de adviescommissie of de organisatorische en zakelijke plannen, inclusief de begroting, in algemene zin voldoende aansluiten bij de Code Cultural Governance, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie (wat betreft deze laatste uitsluitend op de punten partners en personeel). In fase 3 worden aanvullend de omschrijvingen beoordeeld van hoe de aanvrager uitvoering denkt te geven aan de drie codes, alsmede de informatie die de aanvrager geeft over duurzaamheidsbeleid (25%). 4.. Een verificatiegesprek met de adviescommissie maakt onderdeel uit van de tweede en derde fase van deze subsidieaanvraag. Informatie uit die gesprekken wordt meegewogen in de beoordeling. 5.. De bovengenoemde criteria worden als volgt gewogen: In fase 1: Artistiek-inhoudelijke kwaliteit: 30 punten Bereik en betekenis voor de stad: 30 punten Plaats en betekenis binnen het ecosysteem: 30 punten Uitvoerbaarheid: 10 punten In fase 2: Artistiek-inhoudelijke kwaliteit: 25 punten Bereik en betekenis voor de stad 25 punten Plaats en betekenis binnen het ecosysteem: 25 punten Uitvoerbaarheid: 25 punten In fase 3: Artistiek-inhoudelijke kwaliteit: 20 punten Bereik en betekenis voor de stad: 20 punten Plaats en betekenis binnen het ecosysteem: 20 punten Uitvoerbaarheid: 40 punten 6.. Voor het toekennen van een score aan de bovengenoemde criteria en de bijbehorende punten wordt de volgende puntenschaal gehanteerd: Score Omschrijving Percentage van maximale score Uitstekend De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is volledig. Er zijn geen ontbrekende elementen. De beschrijving/aanpak is specifiek, concreet en sluit uitstekend aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium. Er zijn hierin geen onduidelijkheden geconstateerd en de beschrijving/aanpak draagt naar oordeel van de adviescommissie zonder twijfel bij aan de realisatie van de doelstellingen opgenomen in artikel 2. De beschrijving/aanpak is op alle aspecten realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden. 100% goed De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is bijna volledig bevonden. De beschrijving/aanpak is op de meeste aspecten concreet en specifiek beschreven. Uw beschrijving/aanpak is over het algemeen duidelijk en zij sluit op de meeste aspecten aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium en draagt naar oordeel van de adviescommissie in ruime mate bij aan de realisatie van de relevante doelstellingen opgenomen in artikel 2. De beschrijving/aanpak is op de meeste aspecten realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden. 75% Voldoende De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is voldoende uitgewerkt, maar niet volledig bevonden. De beschrijving/aanpak is voldoende specifiek en/of duidelijk beschreven. Er zijn meerdere aspecten die meer specifiek of duidelijk beschreven hadden mogen zijn. Uw uitwerking sluit voldoende aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium en draagt naar oordeel van de adviescommissie voldoende bij aan de realisatie van de relevante doelstellingen opgenomen in artikel 2. De beschrijving/aanpak is op enkele aspecten realistisch en voor de Gemeente voldoende toepasbaar en/of effectief bevonden. 50% onvoldoende De beschrijving/aanpak met betrekking tot het (sub)gunningcriterium is onvoldoende uitgewerkt en niet volledig bevonden. De beschrijving/aanpak is onvoldoende duidelijk en specifiek beschreven en sluit onvoldoende aan bij hetgeen is gevraagd in het (sub)gunningcriterium en draagt naar oordeel van de adviescommissie onvoldoende bij aan de realisatie van de relevante doelstellingen opgenomen in artikel 2. De beschrijving/aanpak is grotendeels niet realistisch en voor de Gemeente toepasbaar en/of effectief bevonden. 25% slecht Geeft geen invulling aan het gunningcriterium of de beschrijving/aanpak ontbreekt. 0% 7.. De aanvraag wordt afgewezen wanneer de aanvrager niet meer dan 50 punten scoort op basis van de aanvraag. 8.. Op basis van de bovenstaande criteria en puntentelling adviseert de adviescommissie aan burgemeester en wethouders om maximaal 5 partijen (de partijen met de hoogste puntenscore) door te laten gaan naar de tweede fase van deze subsidieaanvraag. Deze partijen ontvangen elk voor het nader uitwerken van deze plannen een vergoeding van € 2.500. 9.. Op basis van de bovenstaande criteria en puntentelling adviseert de adviescommissie aan burgermeester en wethouders om maximaal 3 partijen (de partijen met de hoogste puntenscore) door te laten gaan naar de derde fase van deze subsidieaanvraag. Deze partijen ontvangen elk voor het nader uitwerken van hun plannen een vergoeding van € 4.000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel