Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 6.

Artikel 35.

Inspraak derden

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Beesel 2026

1.. Inwoners of belanghebbenden kunnen voorafgaand aan de commissievergadering het woord richten tot de raad over onderwerpen die op de agenda van de raad staan en actuele thema’s, bij twijfel al dan niet naar beoordeling door de voorzitter. De beoordeling van de voorzitter is niet vatbaar voor bezwaar of beroep. 2.. Degene die het woord wil voeren, meldt dit uiterlijk één dag vóór de commissievergadering schriftelijk of telefonisch bij de griffier. Inspreker vermeldt daarbij naam, adres, telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord wordt gevoerd. 3.. Een inspreker kan over hetzelfde onderwerp maximaal éénmaal per drie maanden het woord voeren, tenzij naar het oordeel van de voorzitter sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die relevant zijn voor de beraadslaging. 4.. Het woord kan niet worden gevoerd over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; onderwerpen waarover reeds is beraadslaagd in de vorige raads- of commissievergadering (voortzetting van discussie); de besluitenlijst (incl. toezeggingen). 5.. De voorzitter geeft het woord in volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de vergadering. 6.. Elke spreker krijgt maximaal 5 minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de insprekers als er meer dan 6 sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 7.. Insprekers dienen zich tijdens hun bijdrage respectvol en fatsoenlijk te uiten. Beledigende, discriminerende, bedreigende of anderszins ongepaste uitlatingen zijn niet toegestaan. 8.. De voorzitter is bevoegd om: een inspreker het woord te ontnemen bij herhaalde of ernstige overtreding van het zevende lid; Een inspreker een officiële waarschuwing te geven bij herhaalde ernstige overtreding van het zevende lid; een verzoek tot inspraak af te wijzen indien de inspreker zich eerder onbehoorlijk heeft gedragen, inspreker hiervoor een officiële waarschuwing heeft ontvangen en dit naar het oordeel van de voorzitter herhaling doet vermoeden. In het geval een dergelijke situatie zich voordoet, zal de voorzitter dit vooraf afstemmen met het presidium.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel