**1..** Van lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan dan waarin de norm voorziet als gevolg van de woonsituatie is in ieder geval sprake:
bij het niet aanhouden van een woning;
bij bewoning van een woning waaraan geen woonkosten en/of kosten voor nutsvoorzieningen zijn verbonden;
als een derde de woonkosten en/of kosten voor nutsvoorzieningen betaalt. Indien de totale kostenbesparing in een kalenderjaar het vrij te laten bedrag aan giften als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder m, van de Participatiewet overschrijdt, wordt de normverlaging toegepast met ingang van de eerste dag van de daaropvolgende maand.
**2..** De verlaging bedraagt 20% van de gehuwdennorm als een woning wordt bewoond waarvoor geen woonkosten én geen kosten voor nutsvoorzieningen verschuldigd zijn of als er geen woning wordt bewoond.
**3..** De verlaging bedraagt 10% van de gehuwdennorm als een woning wordt bewoond waarvoor alleen woonkosten óf kosten voor nutsvoorzieningen verschuldigd zijn óf als geen woning wordt bewoond maar er toch sprake is van woon- of verblijfskosten.
**4..** Het bedrag van de verlaging wordt afgerond naar beneden op hele euro’s.
Artikel 4.
Verlaging norm wegens ontbreken woonkosten of kosten nutsvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels commerciële verhuur, kostgangers en verlaging van de norm door woonsituatie Land van Cuijk 2026