Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Intrekking standplaatsvergunning

Onderdeel van Standplaatsenbeleid Koggenland 2026

1.. De standplaatsvergunning kan worden ingetrokken indien: Blijkt dat een ander dan de vergunninghouder of de in de vergunning opgenomen, namens hem optredende persoon, de standplaats in gebruik heeft genomen zonder dat het college hierover vooraf is geïnformeerd; Eén of meerdere voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden niet worden nageleefd; De vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; Ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; Niet of niet tijdig de verschuldigde kosten worden voldaan die worden geheven voor het staangeld en elektra; Wanneer gedurende een periode van drie aaneengesloten weken of vijf standplaatsdagen gedurende twee maanden geen gebruik wordt gemaakt van de standplaats; De toestemming van de eigenaar of zakelijk gerechtigde van het terrein waarop een standplaats wordt ingenomen wordt ingetrokken of vervalt; De omstandigheden zodanig wijzigen dat het onredelijk is dat de vergunning in stand blijft; Op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder.

Rechtspraak bij dit artikel