Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Leden en voorzitter

Onderdeel van Verordening auditcommissie 2026

1.. Elke fractie uit de gemeenteraad kan een afgevaardigde, zijnde raadslid of burgerraadslid, voordragen als lid voor de commissie. 2.. De leden worden door de raad benoemd. De raad benoemt voor elk lid een plaatsvervangend lid. 3.. De commissie benoemt uit haar midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter. Een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter zijn in ieder geval raadslid. 4.. De voorzitter heeft de volgende taken: De voorzitter belegt de vergaderingen. Hij draagt zorg voor het tijdig verzenden van oproepingen voor de vergaderingen. Hierbij wordt – spoedeisende gevallen uitgezonderd – uitgegaan van ten minste zeven dagen voor de betreffende vergadering; De voorzitter geeft indien gewenst een toelichting over de werkzaamheden van de auditcommissie tijdens een vergadering met de fractievoorzitters; De voorzitter licht de adviezen van de commissie toe in de gemeenteraad voor de taken die zijn genoemd in artikel 5. 5.. Een lid kan te allen tijde ontslag nemen en doet daarvan mededeling aan de raad. 6.. Indien een tussentijdse vacature ontstaat, draagt de betreffende fractie een nieuwe afgevaardigde voor.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel