De commissie of de voorzitter van de commissie kan op grond van het gestelde in artikelen 5.1 en 5.2 Wet open overheid over hetgeen besproken is in de commissievergadering geheimhouding opleggen. Hiernaast kan naast de commissie de voorzitter van de commissie of het college omtrent de inhoud van de stukken die worden voorgelegd geheimhouding opleggen.