De voorzitter opent de raadsvergadering wanneer aan artikel 20, eerste lid van de Gemeentewet is voldaan, met de woorden: “Ik open deze vergadering met de bede, dat wij elkaar mogen verstaan, dat wij eerlijk zullen zijn, dat wij zaak en persoon zullen onderscheiden, dat wij respect voor elkaar zullen hebben, eerbied voor de overtuiging van een ander en dat wij goede democraten zullen zijn”.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 14.