**1..** De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf het spreekgestoelte of van hun zitplaats en richten zich tot de voorzitter.
**2..** Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.
**3..** Een lid van de raad voert het woord nadat dit aan de voorzitter gevraagd is en verkregen is.
**4..** De volgorde van sprekers wordt door de voorzitter bepaald.
**5..** De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 19.