**1..** Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als naar het oordeel van het college uit het onderzoek blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) toereikend zijn om binnen de eigen mogelijkheden, zo nodig met inzet van het sociale netwerk of met ondersteuning van andere (hulpverlenende) instellingen, de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s).
**2..** Tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen behoort in elk geval het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering als die is afgesloten.
**3..** Tot de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders behoort het:
zorgen voor opvang en toezicht van hun kind op de volgende momenten:
gedurende de dag tot vier jaar;
buiten schooltijden vanaf vier jaar (het kind volgt dan onderwijs);
tijdens de nacht, en;
gedurende het weekend.
begeleiden hun kind bij het deelnemen aan sociaal-recreatieve activiteiten, zoals een (sport-)vereniging, zwemles of buitenspelen.
zorgen voor vervoer zodat hun kind kan deelnemen aan onderwijs.
begeleiden hun kind naar en tijdens medische afspraken, zoals afspraken met een huisarts, fysiotherapeut of ziekenhuisbezoek.
bieden alle persoonlijke verzorging die nodig is, uitgezonderd intieme persoonlijke verzorging bij kinderen vanaf 12 jaar als de jeugdige aangeeft deze verzorging niet van ouders te willen ontvangen.
verrichten alle medische handelingen die op basis van de Zorgverzekeringswet aangeleerd kunnen worden.
verzorgen meerdere kinderen binnen hun gezin tegelijkertijd, behalve als uit het zorgmomentenoverzicht blijkt dat de benodigde verzorging niet zo ingedeeld kan worden dat de ouders, aangevuld met hun netwerk, beschikbaar zijn voor het bieden van de benodigde verzorging. De zorg aan de kinderen is gelet op de aard van de handeling niet uitstelbaar.
**4..** Het college kan ouders vragen om een zorgmomentenoverzicht aan te leveren, waarmee de aard, frequentie en omvang van de ondersteuning die ouders bieden aan hun kind in kaart worden gebracht.
**5..** Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, bedoeld in het eerste lid, neemt het college, gelet op het bepaalde in de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden.
**6..** De beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders is niet afhankelijk van de (ontwikkel-) leeftijd van de jeugdige.
**7..** Op het moment dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders (tijdelijk) niet toereikend is, kan er een voorziening op basis van de Jeugdwet worden getroffen voor dit deel van de hulpvraag. Dit is het geval als:
Het college op advies van een deskundige vaststelt dat ouders overbelast zijn of dreigen te raken en/of door middel van een objectief meetinstrument wordt vastgesteld dat ouders overbelast zijn.
Er voor jeugdige van vijf jaar en ouder 24 uur per dag toezicht nodig is, beoordeeld door een daartoe bevoegde deskundige, ter voorkoming van ernstig nadeel en er geen aanspraak gemaakt kan worden op een andere voorziening, waaronder de Wet langdurige zorg.
Voor de beoordeling van de onderdelen a en b kan het college advies inwinnen bij een onafhankelijk sociaal medisch adviesbureau.
**8..** Van ouders wordt verwacht dat zij de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen versterken door:
oorzaken van overbelasting waar mogelijk weg te nemen;
het belang van hun kind voor het belang van de (werk-)carrière te stellen, ook als dit gepaard gaat met financiële achteruitgang waarvoor ondersteuning gezocht kan worden via de participatiewet;
zorgverlof en andere soorten verlof in te zetten;
werktijden aan te passen;
gebruik te maken van de opvang mogelijkheden van de Wet kinderopvang, zowel voor de jeugdige met een hulpvraag als voor eventueel andere kinderen;
het sociale netwerk in te zetten en te werken aan het vergroten van het sociale netwerk;
de jeugdige voltijds onderwijs te laten volgen;
de eigen problematiek te verminderen, door het inzetten van o.a. de Zorgverzekeringswet voor behandeling, het verminderen van scheidingsproblematiek e.d.
**9..** Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden wordt vastgesteld in het plan van aanpak welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, zoals genoemd in het vorige lid. Hierbij houdt het college rekening met:
de behoefte en mogelijkheden van de jeugdige;
de duur van de inzet, waarbij als uitgangspunt geldt dat kortdurende inzet van niet langer dan 6 maanden in een jaar niet tot overbelasting leidt;
de planbaarheid van de hulp;
de benodigde ondersteuningsintensiteit;
de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; en
de noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien.
**10..** Het college beoordeelt of degene waarvan oplossingen vanuit eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen wordt verwacht:
in staat is om de jeugdige noodzakelijke hulp te bieden;
beschikbaar is om de noodzakelijke hulp te verlenen;
niet overbelast dreigt te raken door het bieden van de noodzakelijke hulp.
**11..** Indien er sprake dreigt te zijn van overbelasting, kan er een individuele voorziening worden ingezet voor dat deel van de hulp dat niet geboden kan worden op basis van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. De inzet van jeugdhulp bij (dreigende) overbelasting is tijdelijk. Van ouder(s) wordt verwacht dat zij, in samenwerking met het wijkteam, een plan opstellen om de (dreigende) overbelasting aan te pakken en dat zij in de tijd dat jeugdhulp wordt ingezet werken aan dit plan. Dit wordt opgenomen in het plan van aanpak. Er wordt verwacht dat in dit plan van aanpak in elk geval uitvoering gegeven wordt aan de punten genoemd in het negende lid.
**12..** Wanneer de geldigheidsduur van de beschikking is verlopen en een verlenging wordt aangevraagd, bekijkt het jeugdteam of en welke inspanningen zijn gedaan om de overbelasting terug te dienen.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 10.
Beoordeling eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Leusden 2026