Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7.

Artikel 27.

Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Leusden 2026

1.. Het college stemt de jeugdhulp waaraan een jeugdige en/of een ouder behoefte heeft, ten minste af op het aanbod van activiteiten, diensten of middelen op grond van: de Leerplichtwet; de Participatiewet; de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; de Wet Inburgering 2021; de Wet kinderopvang; de Wet langdurige zorg; de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; de Wet passend onderwijs; de Wet publieke gezondheid; de Wet tijdelijk huisverbod; de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg; de Zorgverzekeringswet zodat deze zoveel mogelijk op elkaar aansluiten en ondersteunt de jeugdige en/of zijn ouder(s) actief bij het verkrijgen van toegang tot de andere voorziening(en) of bij behoud van de continuïteit van de zorg op grond van de benodigde zorg. 2.. De afgestemde jeugdhulp wordt zodanig ingezet dat dit leidt tot: een voldoende mate van duurzame zelfredzaamheid van een jeugdige en/of zijn ouder(s), voor zover dat binnen het vermogen ligt; het opheffen van een situatie die voor een jeugdige en/of zijn ouder(s) of diens omgeving levensbedreigend is, of met grote waarschijnlijkheid leidt tot ernstige gezondheidsschade; en stabilisatie van een crisissituatie, anders dan bedoeld onder b; 3.. Als een jeugdige en/of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger weigert mee te werken aan ondersteuning als bedoeld in het eerste lid, kan het college het onderzoek beëindigen en een individuele voorziening weigeren. 4.. Als een jeugdige van 16 jaar of ouder die hulp op grond van de wet ontvangt naar alle waarschijnlijkheid na het achttiende levensjaar hulp of ondersteuning nodig heeft vanuit een wettelijke kader als bedoeld in het eerste lid, is het college gehouden om: voor het achttiende levensjaar zodanige hulp en ondersteuning te bieden dat de benodigde hulp en ondersteuning vanaf het achttiende jaar zo beperkt mogelijk kan zijn; en de continuïteit van hulp en ondersteuning te waarborgen voor zover dat nodig is. 5.. Ter uitvoering van het vierde lid, onderzoekt het college tijdig welke andere voorziening nodig is, vanaf de achttiende verjaardag en op welke wijze en vanuit welke andere voorzieningen deze ondersteuning vanaf het achttiende levensjaar wordt ingezet.

Rechtspraak bij dit artikel