Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 10.

Artikel 32.

Overgangsrecht, intrekking oude verordening

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Leusden 2026

1.. Een jeugdige of zijn ouder(s) houdt recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Leusden 2025 totdat het college een nieuw besluit heeft genomen ten aanzien van die voorziening. 2.. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Jeugdhulp gemeente Leusden 2025 waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. 3.. Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van Verordening jeugdhulp gemeente Leusden 2025 die ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt. Hier kan ten gunste van de jeugdige of zijn ouder(s) van worden afgeweken als heroverweging op grond van de huidige Verordening jeugdhulp gemeente Leusden 2026 leidt tot een gunstiger uitkomst. 4.. Het college is bevoegd een besluit, dat is genomen op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Leusden 2025 te herzien: op de gronden, vermeld in Verordening jeugdhulp gemeente Leusden 2025; indien uit een door het college uitgevoerd heronderzoek blijkt dat er met toepassing van de ten tijde van het onderzoek geldende verordening een afwijkend besluit zou zijn genomen; indien de cliënt wenst te veranderen van aanbieder of van verstrekkingsvorm. 5.. Het college heeft de bevoegdheid om een pgb dat is verstrekt op de Verordening Jeugdhulp gemeente Leusden 2025, terug te vorderen op de in deze verordening genoemde gronden. 6.. De Verordening Jeugdhulp gemeente Leusden 2025 wordt ingetrokken.

Rechtspraak bij dit artikel