Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 5.

Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Leusden 2026

1.. Als bij het college een aanvraag om een individuele voorziening wordt ingediend, voert het college in samenspraak met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger zo spoedig mogelijk een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met negende lid en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek. Het gesprek vindt plaats aan het begin van het onderzoek, en vindt plaats samen met de jeugdige en/of zijn ouders dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger. 2.. Het college wijst voor het onderzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van een vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 2.5, van de wet en van gratis cliëntondersteuning als bedoeld in artikel 2.2.4, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 3.. Voordat het onderzoek van start gaat, kunnen de jeugdige of zijn ouder(s) het college een familiegroepsplan verstrekken. Het college brengt hen van deze mogelijkheid op de hoogte en stelt hen in de gelegenheid het familiegroepsplan te overhandigen. Als de jeugdige of zijn ouder(s) daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van het familiegroepsplan. 4.. Het college vraagt aan de jeugdige en/of ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken indien noodzakelijk voor het onderzoek voor het inwinnen en delen van informatie met andere instanties, zoals de huisarts of de onderwijsinstelling. Toestemming kan schriftelijk (ook digitaal) of mondeling worden gegeven en dient geregistreerd te worden door het college. Afhankelijk van de leeftijd van de jeugdige wordt er om toestemming voor de hulpverlening gevraagd aan de ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger en/of de jeugdige zelf, conform artikel 7.3.4 van de Jeugdwet. 5.. Het college kan in overleg met de jeugdige en/of ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger afzien van een onderzoek als de aanvraag wordt ingetrokken. Dat wordt schriftelijk bevestigd. 6.. Tijdens het gesprek informeert het college de jeugdige en/of ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. 7.. Het college onderzoekt wanneer een jeugdige en/of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger zich meldt met een vraag over jeugdhulp met de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger: wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s) is en wat die hulpvraag heeft doen ontstaan; de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en zijn ouder(s), de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptie gerelateerde problemen, en zo ja dan onderzoekt het college achtereenvolgens: welke problemen of stoornissen dat zijn; welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden; en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, algemene (collectieve) voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning en hulp; hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouder(s); indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. 8.. Bij het onderzoek wordt ook de jeugdige zoveel mogelijk betrokken en gehoord. Vanaf het twaalfde jaar wordt de jeugdige gesproken, tenzij de jeugdige niet tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat is. Onder de 12 jaar wordt de jeugdige gesproken enkel wanneer dit van belang wordt geacht voor de besluitvorming. 9.. Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige en/of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden er bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. De jeugdige en/of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel