Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.1

Artikel 3.1

Onderdeel van Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders Houten 2026

We vervullen geen nevenfuncties die wettelijk onverenigbaar zijn met ons ambt. We vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van ons ambt. Voornemens tot aanvaarding van een nevenfunctie melden we aan de raad.2 Artikel 41b tweede lid van de gemeentewet schrijft het melden aan de raad voor. Op grond van artikel 67 tweede lid van de Gemeentewet geldt voor de burgemeester wettelijk een uitzondering voor q.q.-functies. De Gemeentewet bevat een opsomming van publieke betrekkingen die onverenigbaar zijn met het wethouderschap en het burgemeesterschap (artikel 36b en artikel 68 Gemeentewet). Alle andere functies zijn in principe verenigbaar met het ambt. De gedachte hierbij is dat het vervullen van nevenfuncties vanuit maatschappelijk, bestuurlijk en persoonlijk oogpunt veelal positief te waarderen is. Sommige nevenfuncties passen echter beter dan andere. De wet bepaalt daarom dat de wethouders en de burgemeester geen nevenfuncties vervullen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het ambt (artikel 41b Gemeentewet en artikel 67 Gemeentewet). Verder zijn collegeleden wettelijk verplicht een voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie te melden aan de raad. Voordat we een nevenfuncties aanvaarden, bespreken we de wenselijkheid ervan in het college. Als college hanteren we bij de beoordeling van nevenfuncties in elk geval de volgende uitgangspunten: De belangen van de nevenfunctie en de organisatie waar we deze functie vervullen dienen niet dusdanig te raken aan die van de gemeente of het ambt, dat het wethouderschap of burgemeesterschap praktisch onuitvoerbaar wordt. Dat zou bijvoorbeeld het geval zijn als we ons zeer vaak dienen te onthouden van beraadslaging en stemming. Hoe groter de raakvlakken zijn tussen de gemeente en de nevenorganisatie en hoe meer we een beleidsbepalende functie vervullen bij de nevenorganisatie, hoe groter de conflicterende belangen kunnen zijn of hoe vaker dat kan voorkomen. Nevenfuncties mogen niet op gespannen staan met de voorbeeldfunctie die we als collegeleden en vertegenwoordigers van de gemeente hebben. De nevenfunctie mag niet te veel tijd van ons vragen. We willen voorkomen dat we als collegelid dusdanig veel tijd aan nevenactiviteiten kwijt zijn, dat er onvoldoende tijd overblijft om op goede wijze invulling te geven aan ons ambt als wethouder of burgemeester.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel