Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Instandhoudingsplicht middenhuur

Onderdeel van Beleidsregels Anti-speculatiebedingen Gemeente Borsele

1.. De initiatiefnemer dan wel zijn rechtsopvolgend verhuurder is gehouden de te realiseren middenhuur woningen als zodanig in stand te houden. 2.. De periode van de instandhouding van de middenhuur woningen als bedoeld in lid 1 geldt voor tenminste 10 jaar. 3.. Het is de initiatiefnemer dan wel zijn rechtsopvolgend verhuurder gedurende in lid 2 gestelde termijn vanaf de datum van voltooiing van de huurwoning, niet toegestaan de midden huurwoning in juridische of economische eigendom over te dragen dan wel te bezwaren met een persoonlijk recht of beperkt zakelijk recht. 4.. Als ingangsdatum van de instandhoudingstermijn als bedoeld in lid 2 geldt de datum waarop de eerste huurder als bewoner van het desbetreffende adres in de Basisregistratie Personen (BRP) is ingeschreven. 5.. Het college van burgemeester en wethouders kan na schriftelijk verzoek ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 3. De aanvraag tot het verlenen van ontheffing moet schriftelijk worden onderbouwd. 6.. Aan de ontheffing bedoeld in lid 5 kunnen burgemeester en wethouders nadere voorwaarden verbinden. 7.. Initiatiefnemer dan wel zijn rechtsopvolgend verhuurder levert de gemeente per de datum van voltooiing van de woningen een overzicht van de aanvangshuurprijzen per woning. De gemeente toetst het overzicht aan de gemaakte afspraken in de in artikel 2 lid 2 bedoelde (anterieure) overeenkomst. 8.. Initiatiefnemer dan wel zijn rechtsopvolgend verhuurder levert gedurende de in lid 2 vermelde termijn jaarlijks voor 1 juli een overzicht van de vanaf die datum geldende huurprijzen. Het overzicht wordt op verzoek van de gemeente voorzien van een accountantsverklaring. De gemeente toets het overzicht en de eventuele accountantsverklaring aan het bepaalde in de in artikel 2 lid 2 bedoelde (anterieure) overeenkomst zodat de gemeente kan afleiden dat de gemaakte afspraken worden nageleefd. 9.. Het bepaalde in dit artikel zal als kwalitatieve verplichting dan wel kettingbeding/derdenbeding worden vastgelegd, zodat niet alleen de initiatiefnemer daaraan gebonden is, maar ook zijn rechtsopvolgend verhuurder. 10.. De initiatiefnemer dan wel zijn rechtsopvolgend verhuurder verbeurt bij niet, niet tijdige of niet volledige nakoming van de verplichting in dit artikel aan de gemeente een direct opeisbare boete van € 50.000, -- (zegge vijftigduizend euro) voor iedere huurwoning die buiten de middenhuur sector valt, onverminderd het recht van de gemeente om daarnaast nakoming en/of de eventueel meer geleden schade te vorderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel