**1..** Indien wordt besloten dat een feitenonderzoek nodig is, formuleert de burgemeester een concept onderzoeksopdracht. De burgemeester bespreekt zo nodig dit concept vertrouwelijk in een overleg met het college van burgemeester en wethouders en/of de gemeenteraad. Hierna verleent de burgemeester een externe onderzoeker de opdracht tot uitvoering van het onderzoek. In plaats van een onderzoeker kan de burgemeester de opdracht ook laten uitvoeren door een commissie bestaande uit externe deskundigen.
**2..** De burgemeester komt met de onderzoeker(s) een schriftelijke onderzoeksopdracht overeen. De onderzoeksopdracht bestaat in elke geval uit:
een beschrijving van de aanleiding voor het onderzoek;
de opdracht zelf (wat moet worden onderzocht, met een duidelijke afbakening);
de onderzoeksvragen;
het normatieve kader dat wordt gebruikt als leidraad;
een verwachting t.a.v. de onderzoeksmethoden en respondenten waarmee in ieder geval gesproken dient te worden;
onderzoekscapaciteit;
aanwijzingen ten aanzien van de borging van hoor- en wederhoor;
een onderzoeksplanning en tijdspad;
communicatie met de opdrachtgever tijdens en na het onderzoek.
**3..** In overleg met de onderzoeker(s) wordt ervoor gezorgd dat relevante gegevens worden veiliggesteld.
**4..** De burgemeester informeert per brief de betrokken politieke ambtsdrager, de melder en zo nodig het college van burgemeester en wethouders en/of de gemeenteraad dat er een onderzoek wordt ingesteld. Daarin wordt aangegeven wat de aanleiding is voor het onderzoek, het onderzoeksprotocol en wie het onderzoek uitvoert.
**5..** Er wordt door de burgemeester zorgvuldig afgewogen welke andere personen geïnformeerd moeten worden over het onderzoek. Het uitgangspunt hierbij is dat de groep geïnformeerde personen zo klein mogelijk wordt gehouden.
**6..** Personen die door onderzoeker(s) worden geïnterviewd worden in de uitnodiging daartoe erop gewezen dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan.
**7..** Van de interviews worden gespreksverslagen gemaakt. Deze worden ter accordering voorgelegd aan de gesproken personen. De gesprekspartner heeft de mogelijkheid om binnen tien dagen schriftelijk te reageren op feitelijke onjuistheden in het verslag. Als de gesprekspartner accordering weigert, wordt hier melding van gemaakt in het verslag. Desgewenst kan een schriftelijke weergave van de afwijkende mening van de gesprekspartner bij het verslag worden gevoegd. De gespreksverslagen blijven in het bezit van de onderzoeker(s) en worden niet gedeeld met de gemeente.
**8..** De burgemeester bewaakt de voortgang van het onderzoek.
**9..** De betrokken politieke ambtsdrager ontvangt van onderzoeker(s) een conceptversie van het onderzoeksrapport met de mogelijkheid om te reageren op de feitelijke bevindingen. Ook de burgemeester krijgt de conceptversie van het onderzoeksrapport voor een controle op de feitelijke bevindingen.
**10..** De betrokken politieke ambtsdrager mag in het kader van hoor- en wederhoor een zienswijze geven op het onderzoeksrapport. Deze zienswijze wordt opgenomen in het rapport.
**11..** Wanneer het feitenonderzoek is afgerond leveren de onderzoeker(s) het onderzoeksrapport op aan de burgemeester.