Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 12.

Verduidelijking verhouding Jeugdwet en Wet passend onderwijs

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2026

De verhouding tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Wet passend onderwijs is als volgt geregeld: Ondersteuning gericht op het doorlopen van het onderwijsprogramma dat primair gericht is op (ondersteuning bij) het leerproces, het behalen van onderwijsdoelen of om de jeugdige verder te helpen in de onderwijsontwikkeling, valt niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Ook niet wanneer ondersteuning nodig is op het gebied van opgroei- en opvoedondersteuning om onderwijsdoelen op school te behalen en er: Geen voorliggende voorziening beschikbaar is waar de ondersteuning onder te brengen is (bv een Zvw of Wlz-beschikking); Wanneer deze ondersteuning niet door de onderwijsinstelling zelf geleverd kan worden. Als een jeugdige recht heeft op ondersteuning vanuit de Wet passend onderwijs is deze wet voorliggend op de Jeugdwet en hoeft het college geen voorziening te treffen op grond van de Jeugdwet. Als de ondersteuning zoals beschreven in lid 1 en 2 van dit artikel mogelijk ook een bijdrage levert aan de ontwikkeling op andere leefgebieden, is het college niet verantwoordelijk voor die ondersteuning. In aanvulling op het aanbod zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening, is er een laagdrempelig aanbod aan jeugdhulpvoorzieningen voor leerlingen die speciale onderwijsondersteuning nodig hebben en hun (pIeeg)ouders, bestaande uit algemeen vrij toegankelijk ondersteuningsaanbod op school. Het college kan nadere regels stellen over de omvang en toegang van het in dit lid bedoelde aanbod. Voorzieningen die op grond van de Jeugdwet op en rond school beschikbaar zijn, zijn in beginsel niet toegankelijk voor jeugdigen (en hun (pIeeg)ouders) die wel ingeschreven staan bij een onderwijsinstelling in de Haarlemmermeer, maar niet woonachtig zijn in Haarlemmermeer. Dit kan anders zijn indien de gemeente Haarlemmermeer met de gemeente waar de jeugdige woonachtig is afspraken heeft gemaakt over vergoeding van die zorg. Als op basis van wettelijke bepalingen onduidelijk is of de hulpvraag valt onder de Wet passend onderwijs of onder de Jeugdwet, dan rust op het college een verplichting om met behulp van het Plan van aanpak (één gezin, één plan, één regisseur) tot een passende oplossing te komen voor de hulpvraag. Deze oplossing dient tot stand te komen in samenspraak met het onderwijsveld, bij voorkeur met gebruikmaking van het voor het kind opgestelde onderwijsontwikkelperspectiefplan. De Samenwerkingsverbanden passend onderwijs en het college voeren samen Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO), elk vanuit de eigen verantwoordelijkheid, met elkaar over de afstemming tussen het passend onderwijs en: de jeugdzorg; het leerlingenvervoer; de leerplicht; de onderwijshuisvesting. In overleg kunnen de Samenwerkingsverbanden passend onderwijs en het college besluiten aan bovenstaande opsomming andere gemeenschappelijke thema's toe te voegen. Het college spant zich in om door middel van OOGO met de Samenwerkingsverbanden passend onderwijs afspraken te maken over: de totstandkoming van combinatiearrangementen waarin het college en het samenwerkingsverband vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid gezamenlijk optrekken met het oog op de belangen van de jeugdigen; ondersteuning bij de manier waarop scholen hun (pIeeg)ouders en leerlingen informeren over de samenloop van voorzieningen op basis van de Jeugdwet, en die op basis van de Wet passend onderwijs; de invulling en frequentie van een overleg als bedoeld in het tiende lid; Het college organiseert periodiek een uitvoerend overleg met het samenwerkingsverband. In dit overleg worden de volgende onderwerpen besproken: de ontwikkelingen in het onderwijs, het gemeentelijk beleid Jeugdwet en het samenwerkingsverband; Het college kan nadere regels stellen omtrent de verhouding tussen Jeugdwet en passend onderwijs én eventuele in de toekomst tot stand komende combinatiearrangementen waarin gezamenlijk -vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid - door het college en de samenwerkingsverbanden onderwijs wordt opgetrokken.

Rechtspraak bij dit artikel