**1..** Een individuele voorziening kan toegekend worden indien voldaan wordt aan de voorwaarden als gesteld in artikel 6 lid 3 van deze verordening en bijdraagt aan het bereiken van de volgende resultaten:
het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen, en/of
het voeren van een gestructureerd huishouden, en/of
het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, en/of
beschermd wonen, en/of
opvang.
**2..** Als een individuele voorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven
tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen;
tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten, of
als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
**3..** Indien meerdere voorzieningen als passend aan te merken zijn, kent het college de goedkoopst compenserende voorziening toe.
**4..** Een individuele voorziening wordt afgewezen indien de voorziening reeds is ingezet of aangeschaft voor een melding bij het college is gedaan, tenzij: a. de voorziening nodig was voor een acute situatie;
het college daarvoor ten tijde van de melding (dus nog voor aanvraag of tussen aanvraag en besluit) schriftelijk toestemming heeft gegeven of
de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
**5..** Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot (verdere) criteria voor toekenning van een individuele voorziening.
HOOFDSTUK 3
Artikel 26.
Criteria voor een individuele voorziening
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2026