Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Oss 2026

1.. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: algemene voorziening: jeugdhulpvoorziening op grond van de wet die vrij toegankelijk is zonder voorafgaand diepgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige en/of zijn ouders; andere voorziening: voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, niet vallend onder de wet; basishulp: een algemene voorziening in de vorm van (preventieve) hulp voor jeugd en volwassenen verleend door bijvoorbeeld het Centrum Jeugd en Gezin (CJG). budgethouder: de persoon die een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangt op grond van de Jeugdwet; Centrum Jeugd en Gezin (CJG): door het college gemandateerde instantie die jeugd- en gezinshulp verleent in het kader van de Jeugdwet en namens het college hulpvragen en aanvragen in het kader van de Jeugdwet behandelt en hierover adviseert aan het college. cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning voor informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. hulpverleningsplan: plan opgesteld door de jeugdhulpaanbieder en akkoord bevonden door de jeugdige en/of zijn ouder(s), waarin is beschreven op welke wijze de jeugdhulpaanbieder de voorziening(en) gaat uitvoeren en afgesproken resultaten wil bereiken; hulpvraag: behoefte van een jeugdige en/of ouder(s) aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en stoornissen; individuele voorziening: een op de jeugdige en/of zijn ouders toegesneden jeugdhulpvoorziening die door het college in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt; ouders: diegenen die over een jeugdige minderjarige het ouderlijk gezag uitoefenen, conform artikel 245 boek 1 Burgerlijk Wetboek. Waar in deze Verordening gesproken wordt over “ouders” worden, in die gevallen waarin de ouders niet of niet alléén degenen zijn die het gezag over de minderjarige uitoefenen, bedoeld diegenen die anders dan de ouders het gezag uitoefenen en de jeugdige wettelijk vertegenwoordigen; persoonsgebonden budget (pgb): het persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of ouder, dat hem in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken; plan van aanpak: document waarin de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en/of zijn ouders is vastgelegd, samen met de doelen (beoogde resultaten) en hoe deze te bereiken, evenals de bijdragen die zowel het college als de hulpvrager en zijn sociale netwerk hieraan kunnen leveren. Dit plan van aanpak wordt ook wel klantplan of samenwerkplan genoemd. Voor jeugdigen vanaf 16,5 jaar maakt een toekomstplan onderdeel uit van het samenwerkplan; sociaal netwerk: personen binnen de kring van familie, vrienden, kennissen en bekenden die van betekenis zijn voor- en bijdragen aan het welzijn en welbevinden van de jeugdige of zijn ouders, bijvoorbeeld een familielid, huisgenoot, (voormalig) echtgenoot of andere personen met wie de jeugdige en/of ouder een sociale relatie onderhoudt. toekomstplan: een plan dat inzicht geeft in de doelen, wensen en mogelijkheden van een jeugdige op diverse leefdomeinen, bedoeld om een stabiele basis voor de toekomst te realiseren, waarbij het perspectief van de jeugdige centraal staat; veilig Thuis: het regionale advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; wet: Jeugdwet; zorg in natura: de ondersteuning of jeugdhulp die aan personen wordt geleverd door aanbieders die door de gemeente gecontracteerd zijn in het kader van de Jeugdwet. 2.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Besluit Jeugdwet en de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel