Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III › Paragraaf 3.

Artikel 28.

Stemming over personen

Onderdeel van Verordening Raadswerk 2026

1.. Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot commissie stemopneming. 2.. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door commissie stemopneming verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de wet niet aan de stemming deel behoren te nemen. 3.. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het commissie stemopneming beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4.. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de wet worden leden die geen behoorlijk ingevuld stembriefje hebben ingeleverd geacht geen stem te hebben uitgebracht. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt in ieder geval verstaan: een blanco ingevuld stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld per stemming, tenzij meerdere stemmingen op één briefje zijn samengevat; een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 5.. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het commissie stemopneming.

Rechtspraak bij dit artikel