Naar hoofdinhoud

Artikel 3:

Subsidiëring van activiteiten

Onderdeel van Subsidieregeling Rijke Schooldag

1.. De activiteiten moeten zich richten op de volgende ontwikkelgebieden: Sport; Cultuur; Cognitieve ontwikkeling; Sociale ontwikkeling; Oriëntatie op jezelf; of Oriëntatie op de wereld. 2.. De activiteiten voor zover deze plaatsvinden in de schoolvakanties komen alleen voor subsidie in aanmerking als er een koppeling is met het programma op de school. 3.. De activiteiten mogen zich niet richten op: Uren die behoren tot de minimale wettelijke onderwijstijd; Trainingen voor de eindtoets of examens; Buitenlandse reizen. Daarnaast mogen 4.. Activiteiten moeten bijdragen aan (tenminste één van) de volgende doelen: Verbetering school- cognitieve prestaties – Verlenging instructietijd biedt docenten de kans om meer maatwerk aan leerlingen te bieden. Individuele begeleiding – Aangepaste ondersteuning op basis van talenten en behoeften. Toegang tot verrijkende activiteiten – Leerlingen kunnen extra keuzevakken, verrijkende en buitenschoolse activiteiten volgen die anders buiten bereik zouden zijn. Vermindering van ongelijkheid – Extra ontwikkeltijd zorgt ervoor dat alle leerlingen toegang hebben tot verrijkende activiteiten ongeacht hun thuissituatie. Bescherming voor kwetsbare leerlingen – School als veilige plek voor kinderen in moeilijke thuissituaties. Minder risico’s buiten school – Minder tijd voor risicogedrag, meer tijd voor ontwikkeling. Meer toekomstperspectief en kansen – Draagt bij aan betere studie- en loopbaankeuzes en een goede voorbereiding op een succesvolle toekomst. 5.. De subsidie wordt per jaar verstrekt. Voor het schooljaar 2025-2026 moeten de activiteiten uiterlijk 31 juli van dat jaar plaatsvinden. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt voor zomerprogramma’s.

Rechtspraak bij dit artikel