Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.2

Nederlandse wet- en regelgeving

Onderdeel van Nota grondbeleid

Bij de toepassing van het gemeentelijk grondbeleid wordt rekening gehouden met diverse privaat- en publiekrechtelijke wet- en regelgeving. Ook wetgeving die niet direct inhoudelijk van toepassing is op het grondbeleid, vormt vaak wel een belangrijk uitgangspunt bij het toepassen van het grondbeleid. In bijlage 2 “Wet- en Regelgeving” wordt nader ingegaan op de relevante wet- en regelgeving. Het Didam-arrest, de BBV-regelgeving, de Vennootschapsbelasting en de Omgevingswet lichten wij hieronder uit. Didam Bij de uitvoering van het gemeentelijk grondbeleid houdt de gemeente Diemen zich niet alleen aan de geldende wet- en regelgeving, maar ook aan de hierop gebaseerde jurisprudentie. In dat verband is met name het zogeheten ‘Didam-arrest’ van de Hoge Raad van belang. Dit arrest legt regels op voor het toekennen van schaarse rechten, zoals gronduitgiftes. Belangrijk is dat iedereen dezelfde kans krijgt om mee te doen. De gemeente Diemen volgt deze regels en heeft haar werkwijze naar aanleiding van het Didam-arrest aangescherpt. In bijlage 3 wordt meer uitleg gegeven. BBV-regelgeving Voor de verslaglegging rondom grondexploitatiebegrotingen heeft de Commissie Besluit, begroting en verantwoording (hierna te noemen “het BBV”) voor provincies en gemeenten regels opgesteld. In bijlage 12 “Verslaggeving grondexploitatie” wordt hierop nader ingegaan. Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen (Vpb) Sinds 1 januari 2016 kunnen gemeenten, provincies en waterschappen (lokale overheden) voor een deel van hun activiteiten belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting (Vpb). Bij gemeentelijke grondexploitaties kan dit het geval zijn als er over meerdere jaren winst wordt behaald. Op basis van de gezamenlijke resultaten van de grondexploitaties van de gemeente Diemen is op dit moment (nog) geen sprake van een verplichting om vennootschapsbelasting te betalen. Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is een groot aantal oude regelingen komen te vervallen. Een aantal grondbeleidsinstrumenten dat in deze regelingen was vastgelegd, is – al dan niet in aangepaste vorm – in de Omgevingswet ondergebracht. Zo zijn onder meer de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening, de Grondexploitatiewet en de Wet voorkeursrecht gemeenten vervallen. Voor een groot deel gaat het om ‘neutrale omzetting’ van bestaande regels, waarbij inhoudelijk geen wijzigingen zijn opgetreden. Uitzonderingen hierop vormen bijvoorbeeld de regeling van het voorkeursrecht en de nieuwe regeling nadeelcompensatie (zie bijlage 5). Ook is de terminologie voor sommige instrumenten gewijzigd. Zo is het bestemmingsplan vervangen door het omgevingsplan en de structuurvisie door de omgevingsvisie. Het exploitatieplan als instrument voor kostenverhaal is verdwenen. Kostenverhaalsregels kunnen in plaats daarvan in het omgevingsplan worden opgenomen (zie Hoofdstuk 5).

Rechtspraak bij dit artikel