Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2

Artikel 6.2.4

Hijszone en hijsgebied

Onderdeel van Beleidsregel bouw- en sloopveiligheid Rijswijk 2026

De hijszone en het hijsgebied dienen te allen tijde binnen de fysieke afscheiding van het bouwterrein te vallen. Het is niet toegestaan dat publiek zich hierbinnen bevindt. Wanneer rotatie van het te hijsen object mogelijk is (bijvoorbeeld door de wind) dan geldt voor de bepaling van de hijszone de grootste afmeting (lengte of breedte of hoogte) van het object. Voor de projectie van dit object is de meest ongunstige situatie maatgevend (zie figuur 6.2). Figuur 6.2 Vanaf een te hijsen object kunnen voorwerpen vallen. Dit kunnen zowel kleine- als zware vallende voorwerpen zijn. Daarnaast bestaat het risico dat het te hijsen object zelf valt. Daarom worden de hijszone en de bouwveiligheidszone in relatie tot de hijshoogte bij elkaar opgeteld. De hijszone en de betreffende bouwveiligheidszone vormen samen het hijsgebied. Het valrisico geldt voor het gehele hijsgebied/hijsroute. Als de hijsbeweging hoger is dan het bouwwerk, is de bouwveiligheidszone ter plaatse van het hijsgebied groter. Als bijvoorbeeld een hijsobject met een lengte van 8 meter wordt gehesen tot een hoogte van 40 meter is de hijszone voor dit element 8 meter. De bouwveiligheidszone op een hijshoogte van 40 meter is 6 meter (volgens tabel 1). Het hijsgebied is dan 8mtr. + 6mtr. = 14 meter. De fysieke bouwplaatsafscheiding staat ten tijde van deze hijswerkzaamheden dus op 14 meter, gemeten vanaf de gevel/buitenzijde van het bouwwerk. In dit gebied mag geen publiek aanwezig zijn. Hier dient eventueel ook aanvullend rekening te worden gehouden met de 1/3 bouwveiligheidszone indien voor een gevel van een gebouw wordt gehesen. In veel gevallen is het mogelijk om de hijszone en het hijsgebied te projecteren aan tenminste één zijde van het bouwwerk. Geef aan welke zijde de voorkeur verdient. Als de ruimte aan de buitenzijde van het bouwwerk ontbreekt, kan het nodig zijn dat vanaf de binnenzijde van de bouwplaats wordt gelost en gehesen of zelfs binnendoor het gebouw wordt gehesen. Nadat de laad- en losplaats en de verticale hijsbeweging is bepaald, is het nodig om de hijsroute vast te leggen. Het vastleggen van de hijsroute is bijvoorbeeld noodzakelijk wanneer een bouwwerk tijdens werkzaamheden (deels) in gebruik blijft, of wanneer er direct naast belendingen gehesen dient te worden. Inmiddels zijn de technische mogelijkheden van (toren)kranen zover ontwikkeld dat het mogelijk is deze softwarematig te begrenzen voor wat betreft de hijshoogte en het draaibereik zodat men niet buiten de fysieke bouwplaatsafscheiding kan komen. Als in het goedgekeurde bouwveiligheidsplan specifiek benoemde hijszones, zones met een hoogte-beperking of zelfs een hijsverbod geldt, dient de kraan gebruik te maken van softwarematig ingeregelde begrenzingen. Deze softwarematige begrenzingen dienen overeenkomstig de uitgangspunten van datzelfde bouwveiligheidsplan te zijn ingeregeld. De maatregelen volgens de Richtlijn Torenkranen zijn verplicht.

Rechtspraak bij dit artikel