a. APV: Algemene Plaatselijke Verordening;
b. Activiteit: waar in deze beleidsregel wordt gesproken over een activiteit wordt daarmee bedoeld: het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:24 e.v. APV, bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen als bedoeld in artikel 2:80 APV, een seksbedrijf als bedoeld in artikel 3:3 e.v. APV, het organiseren van vechtsportwedstrijden of -gala’s en al dan niet in wedstrijdverband georganiseerde evenementen waarbij de menselijke waardigheid in het geding is en een horeca- of slijterbedrijf als bedoeld in de Alcoholwet;
De term ‘activiteit’ wordt voor de leesbaarheid van deze beleidsregels gebruikt als overkoepelende term voor al deze activiteiten.
c. Betrokkenen: voor verschillende vergunningen kunnen verschillende personen worden onderworpen aan een toets van het criterium “niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn”, kort gezegd een slechtlevensgedragstoets. Wiens gedrag met betrekking tot een vergunning of ontheffing kan worden getoetst, blijkt uit de wettelijke grondslag voor het uitvoeren van de slechtlevensgedragstoets bij de specifieke vergunning. Ten behoeve van de leesbaarheid wordt in deze beleidsregel gesproken over betrokkenen of een betrokkene, waarmee wordt bedoeld: alle personen die op basis van een wettelijke grondslag ten aanzien van een vergunning of vergunningaanvraag op slecht levensgedrag kunnen worden getoetst.
Dit betreft:
– bij een vergunning voor een evenement voor een vechtsportwedstrijd of -gala, waaronder in ieder geval wordt begrepen kooigevechten, kickboksevenementen, freefightevenementen en daarmee vergelijkbare activiteiten en al dan niet in wedstrijdverband georganiseerde evenementen waarbij de menselijke waardigheid in het geding is: de organisator van het evenement als bedoeld in artikel 2:16 e.v. APV.
– bij een vergunning voor de exploitatie van een openbare inrichting: de leidinggevenden als bedoeld in artikel 2:24 e.v. APV;
– bij een vergunning voor bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen: de exploitant of beheerder als bedoeld in artikel 2:80 e.v. APV;
– bij de vergunning voor een seksinrichting: de exploitant of beheerder als bedoeld in artikel 3:3 e.v. APV;
– bij de vergunning voor een horeca- of slijtersbedrijf of tapontheffing, op grond van de Alcoholwet: de leidinggevenden als bedoeld in de Alcoholwet;
– bij een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten: de aanvrager, de bedrijfsleiders en beheerders van de inrichting als bedoeld in de Wet op de Kansspelen.