Als vaststaat dat een woonvoorziening noodzakelijk is, wordt eerst beoordeeld of verhuizing naar een geheel aangepaste woning of naar een goedkoper en gemakkelijker aan te passen woning een adequate oplossing is. Een verhuizing is pas aan de orde als de, ook voorzienbare, aanpassingskosten meer bedragen dan €6.500.
Van deze mogelijkheid wordt ook gebruik gemaakt als passende maatwerkvoorziening ter compensatie van (acute) woonproblemen. Dan wordt beoordeeld of in een concrete situatie van een inwoner gevraagd kan worden dat hij verhuist.
Als overwogen wordt om het primaat van verhuizing toe te passen, worden een aantal factoren die bij de besluitvorming een rol kunnen spelen, afgewogen:
Welke voorzieningen nu en in de toekomst nodig zijn.
Op welke termijn het probleem opgelost kan worden: in verband met de medisch verantwoorde termijn zoals bij sterk progressieve en/of invaliderende ziektebeelden.
Sociale factoren: o.a. de binding van de inwoner met de omgeving, aanwezigheid van mantelzorg die bijdraagt aan de dagelijkse persoonlijke verzorging en directe familie/derden die bijdragen aan veelvuldige onplanbare zorgmomenten en de aanwezigheid van belangrijke voorzieningen in de omgeving. Deze factoren moeten zoveel mogelijk geobjectiveerd worden door de inwoner.
Woonlasten en financiële draagkracht: er moet een vergelijking gemaakt worden tussen de woonlasten in de oude en eventueel nieuwe woning. Alle woonlasten moeten daarin meegenomen worden. Het feit dat iemand van een koopwoning naar een huurwoning moet verhuizen mag geen belemmering zijn. Ook wordt beoordeeld of een redelijke prijs voor de koopwoning wordt gevraagd, en of als gevolg van een restschuld geen financiële problemen ontstaan. Bij het onderzoek wordt betrokken of via de Nationale Hypotheekgarantie de mogelijkheid bestaat om de restschuld te verminderen.
Vergelijking aanpassingskosten huidige versus nieuwe woonruimte.
Mogelijke gebruiksduur van de aanpassing: daarbij speelt de leeftijd van de inwoner een rol maar ook de vraag of bij het verlaten van de woning deze weer beschikbaar kan worden gesteld aan een persoon met beperkingen.
Vervangend woningaanbod: of binnen een redelijke termijn van 6 maanden geschikte woonruimte beschikbaar is.
Een dergelijke zorgvuldige afweging van alle argumenten ligt aan het besluit voor het toepassen van het verhuisprimaat ten grondslag.
Als het verhuisprimaat toegepast kan worden, maar de inwoner geeft aan niet te willen verhuizen, kan een financiële tegemoetkoming ter hoogte van de verhuiskostenvergoeding gegeven worden. De hoogte van dit bedrag is opgenomen in de vigerende Verordening. Dit bedrag is een bijdrage voor de noodzakelijke aanpassingen op moment van aanvraag en de voorzienbare aanpassingen in de toekomst. Hiermee vervalt het recht op toekomstige woonvoorzieningen. De vergoeding wordt beschikbaar gesteld nadat vastgesteld is dat de noodzakelijke aanpassingen in de woning verricht zijn. De meerkosten komen voor rekening van de inwoner.
Hoofdstuk 14 › Paragraaf 14.6
Artikel 14.6.1
Primaat van verhuizen
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning 2026 Gemeente Stein