De noodzakelijke ondersteuning bij het uitvoeren van huishoudelijke taken is vertaald in de onderstaande categorieën. Deze categorieën omvatten diverse concrete activiteiten die hieronder nader zijn uitgewerkt.
Resultaat 1: schoon en leefbaar huis
Bij dit resultaat bestaat géén structureel basisniveau van een schoon en leefbaar huis, in sommige uitzonderlijke gevallen is zelfs een hoger niveau van hygiëne gewenst.
Het basisniveau van een schoon en leefbaar huis omvat een schoon, opgeruimd en georganiseerd huishouden. Denk voor specifieke huishoudelijke taken aan bijvoorbeeld het afnemen van stof, stofzuigen, reinigen van vloeren en sanitair.
Een hoger niveau van hygiëne kan nodig zijn door medische beperkingen waaruit een meer dan gebruikelijke hygiëne noodzakelijk is. Ook kan dit van toepassing zijn als aantoonbare medische beperkingen leiden tot een snellere vervuiling van het huis.
Bij het inzetten van huishoudelijke ondersteuning kan de grootte van het huis(houden) of de aanwezigheid van dieren incidenteel leiden tot een hogere intensiteit.
Resultaat 2: Wasverzorging
Als iemand niet in staat is zelf of met hulp van iemand vanuit het netwerk verdeeld over de week de was in en uit de wasmachine te halen, is het mogelijk een indicatie vanuit de Wet te ontvangen.
Met betrekking tot het strijken van wasgoed heeft de CRvB een uitspraak gedaan dat dit niet geïndiceerd hoeft te worden (CRvB 2-4-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:601). Als er een algemene voorziening is in de regio waarvan gebruik gemaakt kan worden, is dit voorliggend op een individuele indicatie voor wasverzorging.
Resultaat 3: Boodschappen
Het laten bezorgen van de boodschappen door een boodschappenservice wordt gezien als algemeen gebruikelijk. Er zijn diverse supermarkten die deze dienst aanbieden. In veel gevallen kan een inwoner (eventueel met behulp van een vervoershulpmiddel als een rollator of een scootmobiel) zelf de kleine boodschappen doen, als nodig meerdere keren per week. De zware boodschappen kunnen dan worden opgespaard en met een boodschappenservice besteld worden of ze kunnen eventueel worden gedaan door bijvoorbeeld het sociaal netwerk of een vrijwilliger. Het afgeven van een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning voor de boodschappen behoort om bovenstaande redenen tot de strikte uitzonderingssituaties (CRvB 20-11-2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3690).
Resultaat 4: Regie, organisatie en advies/instructie/voorlichting (AIV)
Het kan zijn dat een inwoner niet meer zelf (volledig) de regie kan voeren over het huishouden. Of dat niet meer verwacht kan worden dat hij zelfstandig beslissingen neemt als er psychogeriatrische en psychische problemen zijn of disfunctioneren dreigt. Als het zo is dat een hulp daardoor aantoonbaar extra werkzaamheden moet doen of bijvoorbeeld door het gedrag van de inwoner extra tijd nodig heeft, dan kan hiervoor 30 minuten per week structureel extra worden geïndiceerd. Van hulpen mag worden verwacht dat deze zelfstandig hun werkzaamheden kunnen plannen. Het gegeven dat een inwoner de hulp niet kan instrueren, betekent dus niet automatisch inzet van extra ondersteuningstijd. Er moet wel sprake zijn van extra werk.
AIV kan ook betrekking hebben op het, op tijdelijke basis, aanleren van praktische vaardigheden in het huishouden van een inwoner. Daarbij dient aangesloten te worden bij de capaciteiten, intellectuele vaardigheden en leervermogen van de inwoner. Bijvoorbeeld als een partner net is weggevallen en een inwoner zelf in staat geacht wordt om te kunnen bijdragen aan het huishouden, het schoonmaken, het koken van enkele basis-maaltijden, et cetera. Dit is dus altijd tijdelijk en is te onderscheiden van de inzet van begeleiding.
Resultaat 5: Maaltijden
Er wordt hierbij uitgegaan van het één keer per dag klaarzetten van twee broodmaaltijden en/of het opwarmen van één warme maaltijd. Het eten geven en het toezicht houden op het eten valt onder de verantwoordelijkheid van de Zvw. Als er sprake is van problemen met het bereiden van de broodmaaltijden, dan is er over het algemeen sprake van een grote zorgafhankelijkheid. In deze situaties is er vaak al zorg van familie en persoonlijke verzorging vanuit de Zvw aanwezig. Daarnaast kunnen inwoners gebruik maken van kant-en-klaar maaltijden of bijvoorbeeld Tafeltje-dekje, een algemene voorziening. De inzet van de maatwerkvoorziening op dit resultaatgebied wordt daarom alleen in uitzonderlijke situaties toegekend.
Resultaat 6: Thuis zorgen voor kinderen tot en met 8 jaar
Tot het voeren van een gestructureerd huishouden behoort ook het verzorgen van minderjarige kinderen. De zorg voor kinderen die tot het huishouden behoren is primair een taak van de ouders. Als ouders ondersteuning bij de zorg voor hun kind nodig hebben vanwege beperkingen van het kind en daardoor vastlopen in het opvoeden, moet gekeken worden naar ondersteuningsmogelijkheden vanuit de Jeugdwet.
Werkende ouders moeten ervoor zorgen dat er opvang voor de kinderen is op tijden dat zij beiden werken. Bijvoorbeeld door grootouders , een oppas aan huis in te huren of kinderopvang . Al deze vormen van invulling en oplossingen vallen onder de eigen kracht.
Wanneer één van de ouders niet in de zorg voor inwonende kinderen kan voorzien, is het uitgangspunt dat de andere ouder dit overneemt. Wanneer de ouders samen één huishouden vormen, wordt dit bovendien gezien als gebruikelijke hulp. Aanvullend op de eigen mogelijkheden (het is nooit ter volledige vervanging) kan voor de zorg voor inwonende kinderen tot de leeftijd tot en met 8 jaar extra huishoudelijke ondersteuning in de vorm van kindzorg voor de duur van maximaal 3 maanden worden geïndiceerd. Dit kan alleen als sprake is van een onvoorziene, acute situatie én de ondersteuningsvraag niet geheel op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, hulp van het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke, andere of algemene voorzieningen kan worden opgelost.
De ondersteuning beperkt zich tot niet uitstelbare taken zoals het helpen met aankleden bij kinderen tot en met 8 jaar (zie onderstaand kader voor normtijden, welke zijn overgenomen uit het CIZ indicatieadvisering Hulp bij het Huishouden uit 2006) en heeft als doel ouders in staat te stellen een duurzame oplossing te treffen. Van hen wordt daarom verwacht dat zij zich tot het uiterste inspannen om die oplossing zo snel mogelijk te vinden.
Normtijden van kindzorg zijn:
Naar bed brengen: 10 minuten per keer per kind
Uit bed halen: 10 minuten per keer per kind
Wassen en kleden: 30 minuten per kind
Eten/en of drinken geven: 20 minuten per broodmaaltijd/25 minuten per warme maaltijd
Babyvoeding (fles geven):10 minuten per keer per kind
Luier verschonen: 10 minuten per keer per kind
Naar school/kinderdagverblijf of peuterspeelzaal brengen: 15 minuten per keer per gezin
Het is hierbij mogelijk om taken te combineren bijvoorbeeld meerdere kinderen tegelijkertijd naar bed te brengen. Bovenstaande tijden gelden tot een maximum van 40 uur per week voor een maximum van drie maanden en zoveel korter als mogelijk. In deze periode heeft de inwoner de mogelijkheid te zoeken naar een eigen oplossing. Als deze eigen oplossing, aantoonbaar niet beschikbaar is, kan de inzet van kindzorg verlengd worden.
Van kinderen vanaf 9 jaar wordt verwacht dat zij bovenstaande taken, voor zover van toepassing, zelfstandig, dan wel met aansturing/toezicht kunnen uitvoeren. Als het kind op basis van diagnostiek niet in staat is om deze taken (zelfstandig) uit te voeren, kan de leeftijdsgrens voor dit kind hoger vastgesteld worden. Wat betreft het brengen naar en halen van school, zal individueel bekeken worden of en welke ondersteuning hierbij benodigd is. Onder andere worden hierbij de afstand naar de betreffende school, de verkeerssituatie en het verkeersinzicht van het kind betrokken.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.6
Artikel 7.6.2
De verschillende resultaten van Huishoudelijke ondersteuning
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning 2026 Gemeente Stein